Afspraken

Het schoolreglement schooljaar 2017 - 2018

(Met onze excuses voor de slechte lay-out. In 2018 wordt deze website venieuwd.) 

Beginselverklaring neutraliteit
van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs

Het onderwijs van steden en gemeenten is een openbare dienst en moet per definitie beantwoorden aan de principes van neutraliteit. Deze principes worden vastgelegd in een lokaal pedagogisch, agogisch of artistiek project, in het schoolreglement en in het schoolwerkplan. Ook voor de onderwijspraktijk (keuze van leerplannen en leermethodes) zijn ze richtinggevend. Schoolbesturen, schoolteams, cursisten, leerlingen en ouders stemmen hiermee in en dragen de neutraliteit van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs mee uit.

Wettelijk kader

Open voor iedereen
Scholen, centra en academies zijn toegankelijk voor iedereen die van hun aanbod wil genieten volgens artikel 6bis van de Schoolpactwet van 29 mei 1959. Dit artikel bepaalt dat een officiële school ‘een open karakter heeft door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen’.

Belgische Grondwet en Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind
Scholen, centra en academies respecteren in hun werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind.

Democratisch burgerschap versterken
Scholen, centra en academies respecteren de principes van de democratische rechtsstaat en versterken deze door hun aanbod, door de manier waarop ze zich organiseren, door een participatieve cultuur te stimuleren en door zelf model te staan voor een democratische samenleving.

Actief pluralisme

Verbondenheid stimuleren
Scholen, centra en academies gaan uit van de gemeenschappelijke waarden, overtuigingen, aspiraties … die mensen met elkaar delen, over en door alle mogelijke verschillen heen. Tegelijk spreken ze hun verwachtingen hieromtrent uit tegenover leerlingen, ouders en cursisten. Ze maken in hun curriculum plaats voor gemeenschappelijke waarden. Door hun aanpak stimuleren ze de verbondenheid tussen mensen in hun eigen leer- en leefgemeenschap en in de samenleving.

Diversiteit erkennen en respecteren
Scholen, centra en academies erkennen en respecteren de diversiteit bij hun leerlingen en cursisten op het vlak van filosofische, levensbeschouwelijke en religieuze overtuiging, sociale, etnische en talige achtergrond, nationaliteit, huidskleur, gender en seksuele voorkeur. Tegelijk stellen ze duidelijk de verwachting dat leerlingen, ouders en cursisten de aanwezige verschillen eveneens respecteren, dat ze bereid zijn te luisteren naar elkaar en begrip opbrengen voor andere opvattingen.

Diversiteit als meerwaarde benutten
Voor het realiseren van hun doelen vertrekken scholen, centra en academies van de meerwaarde die diversiteit biedt. Als dat mogelijk en relevant is, spelen ze in op de verschillen tussen leerlingen en cursisten door hun aanpak en door het aanbieden van inhoud (curriculum). Ze doen dat onder meer door een kritische dialoog tussen levensbeschouwingen en overtuigingen te stimuleren.

Lokaal verankerd, open op de wereld en op de toekomst

Lokale verankering
Scholen, centra en academies zijn sterk verweven met de lokale overheid en omgeving. Ze gaan actief op zoek naar samenwerking met andere scholen, buurtbewoners, (groot-)ouders, socio-economische partners of andere partners uit de wijk-, sport-, welzijns-, jeugd- en cultuursector.

Wereldburgerschap
Scholen, centra en academies zijn niet alleen verankerd in de lokale gemeenschap, maar ze staan ook open voor een wereld gekenmerkt door globalisering en internationalisering.

Duurzaamheid
Scholen, centra en academies erkennen de noodzaak om met het oog op de toekomst ecologisch duurzame en gezonde keuzes te maken en ze vertalen die overtuiging in hun aanbod en in hun manier van werken.

 

Inhoud

Hoofdstuk 1  -   Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2  -  Engagementsverklaring

Hoofdstuk 3  -  Sponsoring

Hoofdstuk 4  -  Kostenbeheersing

Hoofdstuk 5   -  Extra-murosactiviteiten

Hoofdstuk 6  -  Huiswerk, agenda’s, evaluatie, rapporten en schoolloopbaan

Hoofdstuk 7  -  Afwezigheden en te laat komen 

Hoofdstuk 8  -  Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting

Hoofdstuk 9  -  Getuigschrift basisonderwijs

Hoofdstuk 10 -  Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs 

Hoofdstuk 11 -  Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad

Hoofdstuk 12 -  Leerlingengegevens en privacy

Hoofdstuk 13 -  Algemeen rookverbod

Hoofdstuk 14 -  Taal

 

Hoofdstuk 1    Algemene Bepalingen

Artikel 1

Het schoolreglement regelt de verhouding tussen leerlingen en hun ouders enerzijds en de school/het schoolbestuur anderzijds.

Artikel 2

De ouders ondertekenen het schoolreglement, de infobrochure en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.

Het schoolreglement wordt door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen (schoolwebsite, e-mail, …), ter beschikking gesteld. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.

Artikel 3

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

Artikel 4

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

 

1°            Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.

 

2°            Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen.

 

3°            Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

 

4°            Leerlingen: de kinderen die regelmatig zijn ingeschreven in de basisschool.

 

5°            Regelmatige leerling:

 

  • voldoet aan de toelatingsvoorwaarden of wijkt hiervan wettelijk af
  • is slechts in één school  ingeschreven, behalve als het kind ingeschreven is in een ziekenhuisschool (type 5)
  • is aanwezig en neemt deel aan de onderwijsactiviteiten, behalve bij gewettigde afwezigheid of wettelijke vrijstelling (deelname aan een taalbad wordt als zodanig beschouwd)

 

                       6°            Toelatingsvoorwaarden:

 

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van de inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdagen:

  • de eerste schooldag na de zomervakantie;
  • de eerste schooldag na de herfstvakantie;
  • de eerste schooldag na de kerstvakantie;
  • de eerste schooldag van februari;
  • de eerste schooldag na de krokusvakantie;
  • de eerste schooldag na de paasvakantie;
  • de eerste schooldag na Hemelvaart.

  

Om in het lager onderwijs toegelaten te worden, moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest.

 

Als de kleuter geen 250 halve dagen of meer aanwezig is geweest, dan moet de klassenraad zijn toelating geven om te kunnen starten in het lager onderwijs               

De beslissing en motivatie worden aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.

 

Uitzonderingen:

  • Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Het beslissingsrecht van de ouders vervalt hier.

De beslissing en motivatie worden aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na  de eerste schooldag van september of de inschrijving.

 

  • Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

                           

7°            Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.

 

8°            Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de   minderjarige onder hun bewaring hebben.

 

9°            Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.

 

10°          School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.

 

11°          Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente, nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.

 

12°          Schoolraad: is een officieel inspraakorgaan waarin ouders, personeel en personen van de lokale gemeenschap vertegenwoordigd zijn.

 

13°          Werkdag: weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van feestdagen en dagen die vallen tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie.

 

 14°         Schooldag: een dag waarop leerlinggebonden activiteiten georganiseerd zijn, met uitzondering van zaterdag, zondag en de schoolvakanties.

 

 

Hoofdstuk 2      Engagementsverklaring

Artikel 5

§ 1          Oudercontacten

 

De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.

De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.

 

In de infobrochure staan de concrete data.

 

§ 2          Voldoende aanwezigheid

 

De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt.

 

§ 3          Deelnemen aan individuele begeleiding

 

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.

De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

 

§ 4          Nederlands is de onderwijstaal van de school.

               

Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren.

Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind(eren) weg te werken.

 

Hoofdstuk 3       Sponsoring

Artikel 6

§ 1          De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.

 

§ 2          Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.

 

§ 3          Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.

 

§ 4          De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.

 

§ 5          De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:

 

1°            deze mededelingen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;

2°            deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

 

§ 6          In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.

 

Hoofdstuk 4       Kostenbeheersing

Artikel 7

§ 1  Kosteloos

                Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

                De school biedt volgende materialen gratis ter beschikking, maar ze blijven eigendom van de school..

 

Lijst met materialen

Voorbeelden

Bewegingsmateriaal

Ballen, touwen, (klim)toestellen, driewielers, …

Constructiemateriaal

 

Karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen, …

Handboeken, schriften, werkboeken en -blaadjes, fotokopieën, software

 

ICT-materiaal

Computers inclusief internet, tv, radio, telefoon,…

Informatiebronnen

 

(Verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal, …

Kinderliteratuur

 

Prentenboeken, (voor)leesboeken,  kinderromans, poëzie, strips, …

Knutselmateriaal

Lijm, schaar, grondstoffen, textiel, …

Leer- en ontwikkelingsmateriaal

Spelmateriaal, lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio-emotionele ontwikkeling, …

Meetmateriaal

Lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal, …

Multimediamateriaal

 

Audiovisuele toestellen, fototoestel, casetterecorder, dvd-speler, …

Muziekinstrumenten

Trommels, fluiten, …

Planningsmateriaal

Schoolagenda, kalender, dagindeling, …

Schrijfgerief

Potlood, pen, …

Tekengerief

Stiften, kleurpotloden, verf, penselen, …

Atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine

 

 

 

§ 2          Scherpe maximumfactuur

 

Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die ze maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen.

Dit gebeurt steeds na overleg met de schoolraad.

Het gaat over volgende bijdragen :

  1. de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor   de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;
  1. de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
  2. de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;
  3. de vervoerskosten bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
  4. de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
  5. de kosten voor occasionele activiteiten, projecten en feestactiviteiten;

Maximumbijdrage per schooljaar:

kleuters: 45 euro

leerling lager onderwijs: 85 euro

 

De school vraagt een bijdrage voor:

- leerlingenvervoer
- vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. culturele activiteiten, schoolreizen,     uitstappen)
- maaltijden en dranken
- abonnementen voor tijdschriften
- klasfoto's
- steunacties

Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks, of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad de bedragen van de facultatieve uitgaven.

 

§ 3          Minder scherpe maximumfactuur

 

Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd

worden. Dit gebeurt na overleg met de schoolraad.

Deze bijdrage mag maximaal 425 euro bedragen voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs.

 

De school organiseert voor de volgende klas(sen) meerdaagse activiteiten.

Leerjaar

Wat

Bijdrage door de ouders

6

Zeeklassen,

Max € 140

3kl

Overnachting Kamp Kwadraat

Max €  20

 

 

§ 4          Bijdrageregeling

Persoonlijke uitgaven zijn facultatief en vallen ten laste van de gebruiker.

§ 5          Basisuitrusting

 

-              Turnkledij.

 

Voor de kleuters wordt makkelijk, sportieve kledij aangeraden  op de dag dat ze bewegingsopvoeding  krijgen.
 

De school organiseert  in de derde kleuterklas en in de lagere  school zwemlessen en lichamelijke opvoeding.

 

In de lagere  school is de turnkledij verplicht:  donker turnbroekje, witte T-shirt , turnpantoffels  en turnzakje. Vermits kinderen ook buiten sporten vragen wij een stevigere sportschoen te voorzien dan de klassieke stoffen turnpantoffels.

 

De kinderen van de derde kleuterklas en van de lagere school zorgen voor hun eigen zwempak, 2 handdoeken  en een zwemzak die gelabeld is met de naam van het kind.

 

-              Boekentas, drinkbus en eventueel brooddoos.

 

Afspraken verschillen per leeftijd en worden opgenomen in de afsprakennota van de klas.                                   

§ 6      Betalingen                    

Betalingen worden via een maandelijkse factuur verrekend. De betalingen gebeuren per bankoverschrijving aan het Gemeentebestuur van Overijse

Ouders zijn, ongeacht hun burgerlijke staat, hoofdelijk gehouden tot het betalen van de schoolrekening. De school kan elke ouder afzonderlijk aanspreken voor het geheel van de schoolrekening. De school kan niet verplicht worden rekening te houden met overeenkomsten die ouders getroffen hebben of door de rechtbank werden bepaald over de kosten en de opvoeding van de kinderen. Die regelingen zijn immers niet tegenstelbaar aan derden, zoals de school.

De school hoeft geen gesplitste facturen te maken. Als ouders het wensen, krijgen ze beiden een identieke schoolrekening. Beide ouders blijven elk het resterende bedrag verschuldigd, tot de rekening betaald is.

 

Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:

- vermindering van betaling;

- spreiding van betaling;

- uitstel van betaling;

- kwijtschelding van betaling.

De directeur beslist, binnen het jaarlijkse maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten, over occasionele uitgaven. Deze worden afzonderlijk en schriftelijk meegedeeld aan de ouders.

In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrage richt men zich tot de directeur.

 

Hoofdstuk 5        Extra-murosactiviteiten

 

Artikel 8

Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaats vinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma.

De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.

Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten van een volledige dag of meer. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.

Als de leerling niet deelneemt dan moet de leerling toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school een aangepast programma.

Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

 

Hoofdstuk 6         Huiswerk, agenda’s, rapporten,   evaluatie en schoolloopbaan

 

Artikel 9         Huiswerk

 

De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen. Om het huiswerk te kunnen maken, kunnen de leerlingen materialen van de school gebruiken, zoals een passer, een zakrekenmachine, een telraam, een geodriehoek. Dit materiaal wordt respectvol behandeld en keert ongeschonden terug naar de school op de dag dat het huiswerk wordt afgegeven.

 

Artikel 10        Agenda 

 

In de kleutergroep hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift.

Vanaf de eerste leerlingengroep van het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.

De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen-en-weerschrift.

 

Artikel 11        Evaluatie en rapport

    

Een samenvatting van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.

 

In de kleuterklas probeert de juf  haar kinderen systematisch te observeren. Zo kan ze  hun mogelijkheden en werkpunten goed inschatten. Het vergroot ook haar effectieve kracht om doelgericht te kunnen werken. Vanuit haar observaties stuurt ze systematisch haar aanpak en doelen bij. Op basis van deze observaties kan ze ook beter plannen welke kinderen  binnen welke domeinen extra stimulansen nodig hebben. Deze observaties vertrekken vanuit het doelenboek van OVSG en vanuit ons eigen kindvolgsysteem.

Observeren blijft in de lagere school ook nog heel belangrijk. Daarnaast wordt in de lagere school wordt heel wat ‘getoetst’. Dagelijks of wekelijks wordt nagekeken in welke mate de kinderen de leerstof verwerkt hebben.
Bij grotere toetsen worden de vorderingen gemeten van grotere leerstofgehelen.
De resultaten verschijnen op het rapport dat 6 keer per jaar wordt opgemaakt en meegegeven. Op dit perioderapport, dat een doelenrapport is, kan u de dagdagelijkse evolutie van uw kind volgen. Hierop kunt u de vakonderdelen, de beoogde doelstellingen, de behaalde punten terugvinden.
Deze rapporten bevatten naast puntenvelden ook tekstvelden met beoordelingen over leerhoudingen (tempo, werkhouding, aandacht, interesse, …) en ‘leefhoudingen’ (samenwerking, afwerking, sociaal gedrag t.o.v. leerkracht en klasgenoten, …).

Voor de vijfde en zesde leerjaren hanteren we ook een examenrapport. Hierin vindt u de resultaten van grotere leerstofblokken. Dit rapport wordt voor de kerstvakantie en voor de grote vakantie meegegeven.

Kinderen van het zesde leerjaar krijgen op het einde van het schooljaar een rapport van hun OVSG-toetsen.

We willen dus als school niet enkel leerstof overbrengen, maar ook levenshouding en opvoeding; dit vinden we even belangrijk! Telkens beogen wij een informatief sterk geheel samen te stellen zodat u als ouder een goed beeld krijgt van uw kind op school.

Een rapportenkalender vindt u terug in de afsprakennota per klas.

 

 

Artikel 12       Schoolloopbaan

 

§ 1          Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:

  • de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB;
  • het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het gunstig advies van de klassenraad en advies van het CLB.

§ 2          Een leerling die een jaar te vroeg  wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Geeft de klassenraad geen toelating, dan vervalt het beslissingsrecht van de ouders.

 

§ 3        Wanneer de school beslist om het leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling

 het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar

nogmaals  te laten volgen, neemt ze deze beslissing na overleg met het CLB. De beslissing wordt  aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn.

In het leerlingendossier bewaart de school de adviezen van de klassenraad en het CLB en/of het bewijsstuk waaruit blijkt dat ouders kennis hebben genomen en toelichting hebben gekregen bij het advies van de klassenraad en CLB.

 

 

Hoofdstuk 7           Afwezigheden en te laat komen

 

Artikel 13       Afwezigheden

 

Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk  voor een vlotte schoolloopbaan.

Afwezigheden worden telefonisch/schriftelijk meegedeeld aan de directeur, het secretariaat of aan de klasleerkracht, bij voorkeur voor de start van de schooldag.

 

§ 1           Kleuteronderwijs

Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters.

Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.

 

§ 2           Lager onderwijs

 

1°  Afwezigheid wegens ziekte:

 

a) een verklaring van ziekte ondertekend en gedateerd door een ouder. Dit kan hoogstens vier maal per schooljaar worden ingediend. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

 

b) een medisch attest:

 

  • als de ouders al vier maal in een schooljaar zelf een verklaring wegens ziekte hebben ingediend;
  • bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
  • bij een afwezigheid in de week onmiddellijk vóór of onmiddellijk na de herfst-, de kerst, de krokus-, de paas- of de zomervakantie. 

 

 

2°  Afwezigheid van rechtswege:

 

Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:

  • het bijwonen van een familieraad;
  • het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
  • de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
  • het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. Maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

 

 

3°  Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:

 

Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
 

4°  Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:

In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
 

5°  Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:

Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

  • een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
  • een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
  • een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
  • een akkoord van de directie.

 

6° Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden:

 

a) de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

 

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur  van de revalidatie blijkt;
  • een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders;
  • een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.

 

Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.

 

b) de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.

 

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders;
  • een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag;
  • een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3).

 

In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.

 

Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

 

7° Afwezigheden omwille van preventieve schorsing en tijdelijke en definitieve uitsluiting :

 

Een afwezigheid omwille van een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang in de school  niet haalbaar is, is een gewettigde afwezigheid.

 

 

 

 

§ 3           Problematische afwezigheden

Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder
§ 2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ -attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet-medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.

In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan vijf halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.

Artikel 14  Te laat komen

 

§ 1          Kinderen moeten op tijd op school zijn. Een leerling die toch te laat komt, wordt stil naar de klas gebracht zodat de klasgroep zo min mogelijk wordt gestoord.

             De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/leerkracht.  Ze maken hierover afspraken.

 

§ 2          In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school   voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.

 

Hoofdstuk 8    Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting

Artikel 15        Leefregels

 

Ouders stimuleren hun kind om de leefregels van de school na te leven.

 

§1           Ik en mijn houding

Ik heb respect voor anderen.
Ik vecht niet en maak geen ruzie.
Ik scheld niemand uit en gebruik geen bijnamen.
Ik heb eerbied voor het bezit van anderen.
Ik pest niemand en zet ook anderen niet aan tot pesten.
Ik schrijf netjes en verzorg mijn schriften.
Ik geef thuis onmiddellijk alle brieven en nota's van de school af.
In de eetzaal ben ik rustig en heb ik goede tafelmanieren.
Ik luister steeds naar de aanwijzingen van de leerkracht of  de toezichter.

§2           Ik, gezondheid en hygiëne

Mijn kledij, schoeisel en haartooi zijn verzorgd en hygiënisch.
In de klas draag ik geen hoofddeksel of bedek ik mij hoofd niet.
Na bezoek aan het toilet spoel ik door en was ik mijn handen.
Ik houd de toiletten netjes.
In de turnles draag ik de voorgeschreven turnkledij.
Ik neem mijn turnkledij regelmatig mee naar huis om te wassen.
Ik breng liefst alleen gezonde versnaperingen mee.

§3           Ik en zorg voor het milieu

Ik zorg mee voor een nette school.
Ik voorkom afval.
Ik sorteer het overblijvende afval en gooi het in de juiste container.
Ik draag zorg voor het groen op de speelplaats.

§4           Ik en mijn taalgebruik

Op school spreek ik steeds Algemeen Nederlands.
Volwassenen spreek ik aan met “meneer” of “mevrouw”.
De leerkrachten noem ik "meester" of "juffrouw" en de directeur spreek ik aan met "meneer de directeur".

§5           Ik en huiswerk.

Ik maak mijn huiswerk en leer mijn lessen.
Wanneer ik dat niet heb kunnen doen, verwittig ik de leerkracht. Dit kan op volgen­de wijze:
-              door een nota van mijn ouders in mijn agenda;
-              door een briefje van mijn ouders.
Ik vul elke dag mijn agenda in en laat hem regelmatig (afh. per klas) handteke­nen door één van mijn ouders.
Wanneer ik om gezondheidsredenen niet mag zwemmen of turnen breng ik een attest mee naar school.

§ 6          Ik en mijn materiaal

Ik draag zorg voor mijn kledij en mijn schoolgerei.
Ik kaft mijn schriften en boeken.
In mijn boekentas zit alles netjes bij elkaar en steekt enkel het nodige.
Ik zorg ervoor dat ik altijd het nodige schoolgerei mee heb, ook voor het zwem­men en de turnles.
Mijn boekentas staat op de aangeduide plaats.
Mijn fiets staat netjes in de fietsenstalling.
Ik bezorg verloren voorwerpen aan de groepsleerkracht.

§7           Ik en spelen

Ik speel sportief en sluit niemand uit.
Ik breng geen speelgoed mee naar school dat gevaarlijk is en/of ruzie uitlokt.
In de klassen, gangen en toiletruimtes speel ik niet.
Bij mijn aankomst op school ga ik onmiddellijk op de speelplaats en blijf er tot het belsignaal gaat.
Bij het belsignaal stop ik het spel en ga rustig in de rij staan.

§8           Ik en toezicht

Ik kom 's morgens niet vroeger dan 7u.30 op de speelplaats.
Ik verlaat de eetzaal, de klas of de speelplaats niet zonder de toestemming van de toezichter.
's Middags of 's avonds ga ik in de passende rij staan of wacht ik op de speelplaats tot mijn ouders me komen afhalen.
Ben ik 10 minuten na de laatste lestijd nog op de speelplaats, dan ga ik naar de opvang.

§9             Ik en het verkeer

Ik neem steeds de veiligste schoolroute.
Ik respecteer de verkeersreglementen.
Ik ben uiterst voorzichtig op de openbare weg.
Ik zorg ervoor dat mijn fiets tech­nisch in orde is.
Wanneer ik de schoolbus gebruik:
-              ga ik direct na het opstappen zitten;
-              pas nadat de bus stilstaat, sta ik op om af te stappen;
-              bij het uitstappen, wacht ik tot de bus weg is om de straat over te steken.

§10          Ik en veiligheid

Ik plaats niets voor nooduitgangen en versper geen gangen, trappen en in- of uitgan­gen. Ik ga rustig en ordelijk van en naar de klassen en op de trappen.
Ik ga niet naar plaatsen (bv. kelder, zolder, keuken,...) waarvan aangeduid is dat ik er niet mag zijn.
Ik raak geen elektrische toestellen aan zonder toestemming.
Ik raak geen onderhoudsproducten aan.

Als ik geneesmiddelen moet innemen, geef ik die 's morgens aan de leerkracht.

§11          Wat te doen bij ongeval waarbij een kind van onze school betrokken is?

Ik verwittig onmiddellijk een volwassene.
Ik vertel:
-              waar het ongeval gebeurd is;
-              wat er gebeurd is;
-              wie erbij betrokken is.

§12        Wat te doen bij brand?

Bij brand zorg ik onmiddellijk voor een melding aan een volwassene.
Bij brandalarm verlaat ik onmiddellijk het lokaal via de uitgangen die we bij de oefening gebruikten, zonder lopen. Ik volg de instru­cties van de leerkrachten:
-              ik verlaat de lokalen via de uitgangen die we bij de oefening gebruikten;
-              ik laat al mijn materiaal achter;
-              ik verzamel op de aangeduide en ingeoefende plaatsen.

§13          Ik en het schoolreglement

Wat als ik de afspraken niet na­leef?
Ik krijg een mondelinge opmerking.
Ik krijg een schriftelijke opmerking in mijn agenda en mijn ouders ondertekenen.
Ik krijg een extra taak en mijn ouders ondertekenen.
Ik word naar de directeur gestuurd.
De leerkracht en/of de directeur neemt contact op met mijn ouders en bespreken mijn gedrag.
Ik word een tijdje afgezonderd (onder toezicht en minder dan één dag).
Indien ik de afspraken meermaals niet naleef, kan de directeur een tuchtprocedure starten.

Wat als de leerkracht zich vergist?
Ik vraag beleefd aan de leerkracht of het mogelijk is dat hij zich vergist heeft. Ik bespreek het voorval met de leerkracht, liefst onmiddellijk of tijdens de daaropvol­gende speel­tijd.
Indien de leerkracht er niet met mij over wil praten, vraag ik de bijv. directeur, zorgcoördinator,…) naar mijn zienswijze te luisteren. Hij zal dan na een gesprek met mij en de leerkracht een besluit treffen.  

 

Artikel 16       Schending van de leefregels en ordemaatregelen
 

§ 1          Indien een leerling door zijn gedrag de leefregels schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kunnen maatregelen worden genomen.

 

§ 2          Deze maatregelen kunnen zijn:

Ik krijg een mondelinge opmerking.
Ik krijg een schriftelijke opmerking in mijn agenda en mijn ouders ondertekenen.
Ik krijg een extra taak en mijn ouders ondertekenen.
Ik word naar de directeur gestuurd.
De leerkracht en/of de directeur neemt contact op met mijn ouders en bespreken mijn gedrag.
Ik word een tijdje afgezonderd (onder toezicht en minder dan één dag).
Indien ik de afspraken meermaals niet naleef, kan de directeur een tuchtprocedure starten.
 

Deze opsomming sluit niet uit dat een andere maatregel wordt genomen, aangepast aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling.
Deze maatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kind gebonden opdracht.

 

§ 3          Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:

  • een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling. De directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien.

 

  • De groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt door de ouders ondertekend voor gezien;

 

  • preventieve schorsing :

 

Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

§ 4          Indien vermelde maatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar, de zorgcoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.

 

§ 5          Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.

 

 

Artikel 17       Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen

 

§ 1          Het onbehoorlijk  gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

                         

§ 2          Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:

  • het verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
  • de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
  • ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
  • zich niet houdt aan het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
  • de naam van de school of de waardigheid van het personeel aantast;
  • de school materiële schade toebrengt.

 

§ 3          Tuchtmaatregelen zijn:

 

Tijdelijke uitsluiting

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

Definitieve uitsluiting.

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen.

In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

§ 4          Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling wordt afzonderlijk worden behandeld.

 

§ 5          Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het huidige, vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

 

 

Artikel 18       Tuchtprocedure

 

§ 1          De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.             

 

§ 2          De directeur volgt daarbij volgende procedure:

 

1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van de intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;

 

2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, na afspraak.

De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon.

 

Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.

3°  De tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.

 

4° De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aangetekend  aan de ouders bezorgd. In dit aangetekend schrijven wordt de mogelijkheid vermeld tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben.

 

 

Artikel 19       Tuchtdossier

                Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

 

                Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

  • de gedragingen
  • de reeds genomen ordemaatregelen;
  • de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
  • de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
  • het gemotiveerd advies van de klassenraad;
  • het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

 

Artikel 20  Beroepsprocedure tegen tijdelijke uitsluiting

§ 1          Ouders kunnen een beslissing tot tijdelijke uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.

 

                Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend;
  • vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken;

§ 2          Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.

 

§ 3          De beroepscommissie bestaat uit een delegatie externe leden en een delegatie van interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

§ 4          De voorzitter wordt door het College van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid 

 

Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;

2° de samenstelling is als volgt:

  • “interne  leden”, zijnde leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen;

Wordt verstaan onder lid van het schoolbestuur of de school en is dus een intern lid van de beroepscommissie in het gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs:

  • een lid van de gemeenteraad
  • een lid van het college van burgemeester en schepenen
  • (in voorkomend geval) een lid van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf
  • (in voorkomend geval ) een lid van het directiecomité van het autonoom gemeentebedrijf
  • een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd  personeelslid aangesteld in de betrokken school :

◦in een ambt van het  bestuurspersoneel , het onderwijzend personeel    of het ondersteunend personeel

◦ ongeacht het volume of taakinvulling van de opdracht

◦ ongeacht effectieve prestaties worden geleverd of een vorm van dienstonderbreking / verlofstelsel, terbeschikkingstelling (TBS) of tijdelijk andere opdracht (TAO) loopt

  •  een contractueel personeelslid van de betrokken school.

 

  • externe leden”,  Elk lid van de beroepscommissie dat geen lid is van het betrokken schoolbestuur én geen lid is van de betrokken school is een extern lid van de beroepscommissie.

Personeelsleden van andere scholen van hetzelfde schoolbestuur (of een ander schoolbestuur) die niet aangesteld zijn in de betrokken school zijn externe leden.

 

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:

a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;

b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de school- raad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;

 

De werking van de beroepscommissie

4°Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;

5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;

6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

 

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

 

§ 5          Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;

b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° de bevestiging van de tijdelijke uitsluiting;

3° de vernietiging van de tijdelijke uitsluiting.

 

§ 6       Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie.

 

§ 7       Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden tijdelijke uitsluiting van rechtswege nietig.

 

§ 8       Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.

 

Hoofdstuk 9       Getuigschrift basisonderwijs 

Artikel 21       Het getuigschrift toekennen

Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.

De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de leerling bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.

 

Artikel 22       Het getuigschrift niet toekennen

 

Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij/zij zijn/haar beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.

 

Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur. De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.

Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.

 

De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijke verslag van gemaakt worden.

In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.

 

Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

 

                Indien de klassenraad bij haar oorspronkelijke beslissing blijft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen . Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

 

.

Artikel 23       Beroepsprocedure

 

§ 1          Ouders kunnen het niet-toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen, zoals beschreven in artikel 23 .

                Dit beroep moet door de ouders aangetekend en binnen de vijf werkdagen  ingediend worden bij het schoolbestuur.

                Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend;
  • vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken

§ 2          Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.

 

Het schoolbestuur stelt de beroepscommissie samen, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° de samenstelling kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen  dossier niet wijzigen;

2° de samenstelling is als volgt:

  • “interne leden”, zijnde leden van de klassenraad die besliste het getuigschrift basisonderwijs  niet toe te kennen, waaronder alleszins de directeur eventueel aangevuld met een lid van het schoolbestuur;
  • “externe leden”, zijnde personen  die extern zijn aan dat schoolbestuur en extern  aan de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet uit te reiken.

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:

a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;

b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;

3° de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe leden aangeduid.

 

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend heeft;

5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs;

6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

 

 

§ 3          De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.

                De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.

 

§ 4          Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;

b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

                  2° de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs;

                  3° de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.

 

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

 

§ 5   Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, uiterlijk op 15 september daaropvolgend.

 

             In de mate van het mogelijke wordt de beslissing vroeger dan de eerste schooldag van september genomen, zodat de leerling op 1 september het schooljaar kan beginnen.

 

§ 6   De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 24

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan, en een verklaring met de vermelding van het aantal en de gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.

Artikel 25

Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.

 

Hoofdstuk 10     Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs

Artikel 26

§ 1          Het onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs zijn kosteloos.

 

§ 2          Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis , synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide.

 

§3         Voor tijdelijk onderwijs aan huis dienen volgende voorwaarden gelijktijdig te zijn vervuld:

  1. de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval, of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig;
  2. de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling niet of minder dan halftijds naar school kan.
  3. de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.

 

§ 4          De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis , gebeurt door de ouders, per brief of via een specifiek aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:

  1. dat het kind langer dan 21 kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;
  2. de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
  3. dat het kind niet of minder dan halftijds naar school kan;

Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens 6 maanden zal duren.

 

§5           Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken.

                Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis, mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.

 

§6           Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.

                Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders

 

§6           Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.

                Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.

§7           Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis, de school hervatten, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd .

 

§8           De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

 

§9         De centrale organisator voor synchroon internetonderwijs is vzw Bednet.  Bednet bepaalt autonoom welke leerlingen in aanmerking komen voor synchroon internetonderwijs op basis van een aantal criteria ,waaronder de ondersteuningsbehoefte van de leerling en het positief engagement van de leerling, de ouders, de school en het CLB.

§10       Bij een langdurige afwezigheid wordt een minimale afwezigheid van 4 weken vooropgesteld vooraleer de leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.

§11      Bij een frequente afwezigheid wordt een minimale geplande afwezigheid van 36 halve dagen op jaarbasis vooropgesteld vooraleer een leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.

§12      Synchroon internetonderwijs kan door alle betrokkenen bij de begeleiding van de leerling aangevraagd worden via de webstek van vzw Bednet:

                          http://www.bednet.be/aanvraag-aanmaken

 

Hoofdstuk 11               Schoolraad, ouderraad en  leerlingenraad

 

Artikel 27

 
De schoolraad

Elke school gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, moet een schoolraad oprichten.  Via de schoolraad participeren ouders, personeel en de lokale gemeenschap samen in het schoolbeleid met elk evenveel vertegenwoordigers. De schoolraad informeert en communiceert over zijn werking aan de ouders, leraren en inrichtende macht. 
De vertegenwoordigers in de schoolraad worden rechtstreeks verkozen. Ouders kiezen ouders, personeel kiest personeel. De stemming is geheim en verplicht voor het personeel.
De vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap worden gecoöpteerd door de andere leden. De schoolraad wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld.

Bevoegdheden.
De schoolraad adviseert, overlegt of geeft zijn instemming.

Bij de start van de schoolraad bestaat elke geleding uit drie vertegenwoordigers, daarna legt de raad zelf het aantal vast: minstens twee en hoogstens vijf. Het mandaat van vertegenwoordigers eindigt van rechtswege als zij (of hun kinderen) de school verlaten.

De schoolraden van dezelfde scholengemeenschap organiseren een "medezeggenschapscollege" dat tenminste overlegbevoegdheid heeft over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod en het maken van afspraken over objectieve leerlingenoriëntering en -begeleiding.

Het decreet legt minimale bevoegdheden vast.

De leden van de schoolraad hebben in functie van de uitoefening van de bevoegdheden van de schoolraad een algemeen informatierecht.

De schoolraad heeft ten behoeve van al het personeel, ouders en leerlingen een communicatie- en informatieplicht over hun activiteiten en standpunten en over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent.

De schoolraad kan aan het schoolbestuur uit eigen beweging een schriftelijk advies uitbrengen en het schoolbestuur of zijn gemandateerde legt ieder ontwerp van beslissing voor overleg aan de schoolraad voor als dat betrekking heeft op alle aangelegenheden hieronder opgesomd:

1° de bepaling van het profiel van de directeur;
2° het studieaanbod;
3° het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere schoolbesturen en met externe instanties;
4° de opstapplaatsen en de busbegeleiding in het kader van het door het schoolbestuur aangeboden vervoer;
5° de vaststelling van het nascholingsbeleid;
6° het beleid met betrekking tot experimenten en projecten;
7° het opstellen of wijzigen van de volgende regelingen :
  a) het schoolreglement;
  b) het schoolwerkplan in het basisonderwijs;
  c) het beleidsplan of het beleidscontract dat de samenwerking regelt tussen de school en het  
      centrum voor leerlingenbegeleiding;
8° de infrastructuurwerken die niet onder het toepassingsgebied vallen van artikel 26, § 1, 1°, a) en c), van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
9° de vaststelling van de criteria voor de aanwending van lestijden, uren, uren-leraar en punten;
10° het welzijns-, veiligheids- en gezondheidsbeleid van de school ten aanzien van de leerlingen, met inbegrip van het in eigen beheer of door derden verstrekken van gezonde en evenwichtige schoolmaaltijden;
11° het beleid met betrekking tot interne kwaliteitszorg, met inbegrip van de bespreking van de resultaten van een schooldoorlichting;
12° het gelijke-onderwijskansenbeleid in het secundair onderwijs.

Het schoolbestuur informeert tijdig de schoolraad over de geplande beslissingen die voor overleg zullen worden voorgelegd. Op basis daarvan bepaalt de raad zijn overlegagenda. Een schoolraad kan afzien van het recht op overleg. Het overleg heeft plaats in een gezamenlijke vergadering van het schoolbestuur of zijn gemandateerde en de schoolraad.

Het overleg leidt tot een verslag waarin alle standpunten worden opgenomen. Het schoolbestuur of zijn gemandateerde neemt een gemotiveerde eindbeslissing na het overleg of na de onderhandeling zoals bepaald in artikel 30 en brengt de schoolraad in kennis van de beslissing.

Wanneer een overleg niet plaatsvindt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag nadat een geplande beslissing voor overleg wordt voorgelegd, wordt het overleg geacht te hebben plaatsgevonden.

Het schoolbestuur geeft na ontvangst van een advies binnen dertig kalenderdagen een met redenen omkleed antwoord.

De huidige schoolraad bestaat uit

             De vertegenwoordigers van het personeel:              Kelly De Cupere

Maaike Visser
Christine Kesters

De vertegenwoordigers van de ouders:                     An Vandenput   

                                                                                Ann Soenen   

                                                                               Christel De Vroe

De vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap:  Guy Vanderperren

Gin De Jonghe            

De directeur zetelt ambtshalve met raadgevende stem in de schoolraad.

 

De voorzitter bepaalt de agendapunten. De leden kunnen uiterlijk 10 kalenderdagen voor de vergadering een schriftelijke vraag stellen om een onderwerp aan de agenda toe te voegen.

 

 

Artikel 28

 

Er wordt een ouderraad opgericht, wanneer ten minste tien procent van de ouders erom vraagt. Het moet gaan over ten minste drie ouders.

De leden van de ouderraad worden verkozen door en uit de ouders. Iedere ouder kan zich verkiesbaar stellen en kan één stem uitbrengen. De stemming is geheim.

Artikel 29

 

De school richt een leerlingenraad op als ten minste 10% van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vragen.

 

Hoofdstuk 12     Leerlingengegevens, privacy en gegevensbescherming

Artikel 30

 

Gegevensbescherming en informatieveiligheid

De school verwerkt persoonsgegevens van leerlingen en ouders in het kader van haar opdracht. Het schoolbestuur is de eindverantwoordelijke voor deze verwerking en de veiligheid ervan.

Het schoolbestuur en de school leven de verplichtingen na die voortvloeien uit de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming en gaan zorgvuldig om met deze persoonsgegevens. Het schoolbestuur zorgt voor een afdoend niveau van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het beschikt hiervoor over een informatieveiligheidsconsulent. De school heeft een aanspreekpunt dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).

De school zal enkel gegevens verwerken met de toestemming van de ouders, tenzij er een andere wettelijke grondslag is voor de verwerking. Deze toestemming moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn.
Over het gebruik van sociale media in de klas worden afspraken gemaakt.

De school is transparant over de verwerking van persoonsgegevens en verstrekt de nodige informatie, al dan niet in detail, met inbegrip van de afspraken die gemaakt zijn met derden en bewerkers die persoonsgegevens ontvangen.

Verder hanteert de school een strikt beleid inzake toegangsrechten en paswoorden en reageert ze adequaat op datalekken.

De meer concrete regels voor de gegevensverwerking en -bescherming worden vastgelegd in een privacyreglement dat tot doel heeft:

  • de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen tegen verkeerd en onbedoeld gebruik van de persoonsgegevens;
  • vast te stellen welke persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel dit gebeurt;
  • de zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens te waarborgen;
  • de rechten van betrokkene te waarborgen.

De school zal de ouders en leerlingen op geregelde tijdstippen informeren over de voortgang van dit privacyreglement.

 

Artikel 31

 

Meedelen van leerlingengegevens aan ouders

 

Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.

Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

 

Artikel 32

Meedelen van leerlingengegevens aan derden

De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling of in het kader van een overeenkomst die de school afsluit met een verwerker voor leerplatformen, leerlingenvolgsystemen, leerlingenadministratie e.d.m.

 

Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:

 

1° de gegevens enkel betrekking hebben op de leerling specifieke onderwijsloopbaan;

2° de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;

3° ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.

De school nodigt ouders hiertoe uit op een overleg waarop de gegevens worden ingekeken en waarop samen overeengekomen wordt welke gegevens worden overgedragen.

 

Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB  moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.

 

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.

 

Artikel 33

 

Afbeeldingen van personen

Voor de publicatie van zowel geposeerde (gerichte) als niet-geposeerde, spontane afbeeldingen van leerlingen wordt aan de ouders expliciet een schriftelijke toestemming gevraagd

 

Hoofdstuk 13     Algemeen rookverbod

Artikel 34

Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.

 

Bij overtreding van deze bepaling

  • zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
  • zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.

 

Hoofdstuk 14     Campus

Artikel 35
 

Kinderen die in de wijkkleuterschool van Terlanen zijn ingeschreven stromen automatisch door naar de lagere centrumschool  zonder dat zij moeten heringeschreven worden.

 

Hoofdstuk 15     TAAL

Artikel 36

Onze school is een Nederlandstalige school.

Alle participanten gebruiken binnen de schoolinfrastructuur steeds het NEDERLANDS.

 

Directie en leerkrachten zien er op toe dat bovenstaand artikel gerespecteerd wordt.

Zij kunnen alle andere participanten aanmanen enkel Nederlands te spreken op school.

 

 

 

Terug naar top pagina

De afsprakennota schooljaar 2017-2018

Deze afsprakennota is nog niet volledig aangepast. Wij werken hieraan.

Inhoudsopgave

                                                                                                                                                                

Hoofdstuk 1..................... Situering van onze school

Hoofdstuk 2..................... Organisatorische afspraken

Hoofdstuk 3..................... Schoolverandering

Hoofdstuk 4..................... Ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden

Hoofdstuk 5..................... Keuze van de levensbeschouwelijke vakken

Hoofdstuk 6..................... CLB

Hoofdstuk 7..................... Zorg op school

Hoofdstuk 8..................... Toedienen van medicatie…

Hoofdstuk 9..................... Grensoverschrijdend gedrag - integriteit van de leerling…

 

 

Hoofdstuk 1             Situering van onze school

1.1.Schoolgegevens

1.1.1      Naam en adres, telefoon
 

GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL OVERIJSE
HEUVELSTRAAT 57
3090 OVERIJSE
TEL: 02 687 78 17 
http://www.gbsoverijse.be
Instellingsnummer: 005793

 

1.1.2      Schoolbestuur 

Vestigingsplaats 1

Heuvelstraat 57

3090 Overijse

Tel.: 02 / 687 78 17

secretariaat@gbsoverijse.be

info@gbsoverijse.be                                                              

www.gbsoverijse.be

Kleuteronderwijs

Lager onderwijs

8 klassen 24/24

15 klassen 24/24

Zorg 31/24

Ambulante zorg 48/24

Zoco 14/36

Zoco 24/36

Logo 7/28

Logo 12/28

Kinderverzorgster 7/24

 

                                                           Beleidsondersteuner 12/24

 

 

 

Vestigingsplaats 2

Adres: Arthur Michielsplein 3

3090 Terlanen Overijse

Tel.: 016 / 47 36 61

wijkschool.terlanen@gbsoverijse.be

www.gbsoverijse.be

Kleuterschool

1 klas 24/24

Zorg 6/36

Zoco 4/36

Logo 2/28

Kinderverzorgster 6/24

 

Wij zijn een gemengde basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.

Schoolbestuur: Gemeentebestuur van Overijse
Begijnhofplein 17
3090 Overijse

Burgemeester:        
Lenseclaes Inge                  inge.lenseclaes@overijse.be

Schepen van onderwijs:    
Stouffs Kristel                    kristel.stouffs@overijse.be

Andere schepenen:

De Broyer Jan                     jan.debroyer@overijse.be       

Van den Wijngaert Leo       leo.vandenwijngaert@overijse.be

De Kock Danny                  danny.dekock@overijse.be

Van den Berge                   peter.vandenberge@overijse.be

Willekens Sven                   sven.willekens@overijse.be

Lenseclaes Joke                 joke.lenseclaes@overijse.be 

Voor vragen i.v.m. het onderwijs in de gemeente kunt u steeds terecht bij: Stouffs Kristel

Gemeentesecretaris:

Vanderhaeghe Dieter        dieter.vanderhaeghe@overijse.be

1.1.3      Scholengemeenschap

De school behoort tot de scholengemeenschap HATWEEJO met volgende scholen als leden:

Gemeentelijke Basisschool Heuvelstraat 57 3090 Overijse
Gemeentelijke kleuterschool Patrijzenlaan 23A 3090 Overijse
Gemeentelijke Basisschool Brusselsesteenweg 592 3090 Overijse
Gemeentelijke Basisschool Dorpstraat 81 3050 Oud-Heverlee
Gemeentelijke Basisschool A. Verheydenstraat 19 3050 Haasrode
Gemeentelijke Basisschool Bierbeekstraat 4 3050 Blanden
Gemeentelijke Basisschool Wilgenpad 1 3040 Ottenburg
Gemeentelijke Basisschool Elzasstraat 17 3040 Huldenberg

Vorzitter van het beheerscomité is Kristel Stouffs.

1.1.4      Personeel zie 'Wie is wie?'

 

 

1.2. Raden

 

          1.2.1            De schoolraad zie 'Wie is wie?'

 

 

           
             1.2.2         De ouderwerking

 

De oudervereniging is een V.Z.W., die tot doel heeft de samenspraak tussen ouders en school te bevorderen. Ze ondersteunt de school op financieel vlak o.a. via inkomsten uit festiviteiten. Ze geeft haar medewerking aan de organisatie van het zomerfeest, organiseert thema-avonden, …… Deze vereniging bestaat uit ouders en vertegenwoordigers van de school. Het bestuur wordt jaarlijks herkozen. De samenstelling van het bestuur wordt u in een apart schrijven meegedeeld. Gedurende een schooljaar worden er een 5-tal algemene vergaderingen gepland. Alle ouders krijgen via hun kind(eren) een verslag van deze vergaderingen.

De oudervereniging is lid van KOOGO (Koepel voor Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onder­wijs) Nederpolder 29000 Gent

    

1.3. Partners

1.3.1          Pedagogische begeleiding

 

Het schoolbestuur en het personeel laten zich begeleiden door het Onderwijsse­cre­ta­riaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG vzw)

 

OVSG is de koepelorganisatie van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs.

OVSG maakt de volgende kernopdrachten waar voor de leden:

  • belangen behartigen;
  • pedagogisch begeleiden;
  • juridische dienstverlening verstrekken;
  • vorming en nascholing aanbieden.

De pedagogische begeleiding wordt verzorgd door Walter Jong

 

1.4. Onderwijsaanbod (leergebieden) -  Leerplannen

De doelen uit ons pe­da­go­gisch project wor­den gecon­cretiseerd via het ge­bruik van de OVSG-leer­plan­nen.

Het onderwijsaanbod in het gewoon kleuteronderwijs omvat ten minste de volgende leergebieden:

  • lichamelijke opvoeding;
  • muzische vorming;
  • Nederlands;
  • wereldoriëntatie;
  • wiskundige initiatie.

Het onderwijsaanbod in het gewoon lager onderwijs omvat ten minste, en waar mogelijk in samenhang de volgende leergebieden:

  • lichamelijke opvoeding;
  • muzische vorming;
  • Nederlands;
  • wiskunde;
  • wereldoriëntatie;
  • Frans;
  • leren leren;
  • sociale vaardigheden;
  • informatie- en communicatietechnologie;
  • ten minste 2 lestijden onderwijs in de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer.

 

Activiteiten in de instapklas en de eerste kleuterklas.

  • De kinderen beginnen 's morgens in de kring. Er wordt gewerkt naar een groepsrooster en doorgaans rondom een project. Jonge kinderen leren veel door spelen. Dit gebeurt dan ook in de kleutergroepen. De leerkracht houdt goed in de gaten hoe dat proces verloopt. Er is een duidelijke structuur, er wordt geobserveerd en geregistreerd via ons schooleigen kindvolgsysteem.
    Elke dag wordt er aandacht besteed aan het werken met ontwikkelingsmateriaal. Dit gebeurt in groepjes. In één week worden bepaalde ontwikkelingsgebieden geoefend. De beeldende vorming krijgt veel aandacht. Wekelijks worden er verschillende technieken aangeboden. Er wordt veel aandacht geschonken aan de taal / denkontwikkeling van de kleuters d.m.v. het aanbieden van prentenboeken, het houden van kring- en leergesprekjes, poëzie, spel met handpoppen en drama. Er zijn verschillende hoeken in de kleuterlokalen, die bijdragen tot een bredere ontwikkeling van de kleuters. Als ruggengraat gebruiken wij o.a. “TOK” van Averbode.

 

Activiteiten in de tweede en de derde kleuterklas.

  • Hier komt voornamelijk de voorbereiding op de basisvoorwaarden ( lezen, schrijven en rekenen) aan bod.
    Bewegingsactiviteiten nemen een belangrijke plaats in. Bij droog weer spelen de kinderen geregeld buiten. Binnen de groep wordt er regelmatig aan expressie gedaan. Muzische vorming neemt een centrale plaats in.
    Al heel snel krijgen kinderen activiteiten en materialen aangeboden die voorbereidend werken op de basisvaardigheden voor expressie, motoriek, lezen, rekenen en schrijven. Taalactiviteiten in de kring, eenvoudige tel-spelen, leren sorteren, rubriceren zijn hiervan enkele voorbeelden. Ook in de hoeken worden deze ontwikkelingsgebieden gestimuleerd. Voor kinderen in de 2 de en 3 de kleuterklas zijn er voldoende mogelijkheden om zich vormen, letters en cijfers eigen te maken en zelfs tot ontluikend lezen en initieel rekenen te komen. . Als ruggengraat gebruiken wij hiervoor de “Schatkist” van uitgeverij Zwijsen en “TOK” van Averbode.

 

Activiteiten in de lagere school.

Taal

  • Het onderwijs in de Nederlandse Taal is veelomvattend.
    In het eerste leerjaar wordt gestart met lezen als vak. Wij gebruiken daarbij de nieuwste versie van “Veilig leren lezen” (de Maan – Roos – Vismethode), een methode die ontwikkeld is door uitgeverij Zwijsen en die bekend staat als de meest succesvolle op de markt.
    De klasgroepen 2 t/m 6 werken met de methode “Tijd voor taal”; een methode van Van In die nauw aansluit bij “Veilig leren lezen” en die veel aandacht besteedt aan luisteren, spreken, lezen, stellen en taalbeschouwing.
    Behalve aan technisch lezen, wordt er ook nog aandacht besteed aan expressief lezen, begrijpend lezen en studerend lezen.
    Onze school is van mening dat taalonderwijs erop gericht moet zijn kinderen te brengen tot een individueel taalgebruik waarbij ze bewust de taalvorm kiezen en hanteren die op een bepaald ogenblik overeen komt met de eisen van de concrete situatie. Het accent komt daarbij te liggen op de communicatieve functie van de taal zonder de structurele aspecten die betrekking hebben op de vorm van de taal, uit het oog te verliezen.
    Om deze doelstelling nog beter te bereiken, gebruiken wij een taalmethode die goedgekeurd is door het Departement en die meer nog voldoet aan de gewijzigde, opgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen.
    De algemene doelstellingen zijn:
  • •  De leerling is in staat om op zijn niveau te luisteren, te spreken, te lezen en te schrijven .
  • De mondelinge taalvaardigheden, luisteren en spreken, worden thuis en in de kleuterafdeling geleerd en verder ontwikkeld in de lagere afdeling. De schriftelijke vaardigheden, lezen en schrijven, worden meestal geleerd in de lagere afdeling. In deze doelstelling gaat het voornamelijk om de technische aspecten van de taalvaardigheid: bijvoorbeeld bij lezen en schrijven om het verklanken en verletteren.
  • •  De leerling is bereid en in staat om op zijn niveau met taal deel te nemen aan relevante communicatieve situaties in en buiten de school. Hij kan zijn taalgedrag aanpassen aan deze situaties .
  • In deze doelstelling gaat het vooral om functionele aspecten van het gepast taalgedrag. De communicatieve situatie bestaat uit een teksttype. De leerling onderkent in welke concrete situatie hij kiest voor een bepaald teksttype en kan zijn talig handelen sturen volgens de eisen van de taalgebruiksituatie.
  • •  De leerling wil en kan op zijn niveau zijn persoonlijke leef- en belevingswereld ‘vertalen' en kan de leef- en belevingswereld van anderen begrijpen indien deze in taal is weergegeven.
  • Schoolse kennis blijft dikwijls louter verbaal. Met deze doelstelling proberen we de kinderen aan te sporen hun ervaringen in taal weer te geven, te ordenen en er met elkaar over te communiceren.
  • •  De leerling kan op zijn niveau bewust en kritisch nadenken over het taalgedrag van zichzelf en van anderen.
  • Met deze doelstelling wordt het belang van de taalbeschouwing in brede zin beklemtoond. Via taalgebruik en taalbeschouwing komen kinderen geleidelijk tot gepast taalgebruik.
  • •  De leerling wil en kan binnen de grenzen van het taalsysteem zijn mogelijkheden tot persoonlijk taalgebruik op zijn niveau tonen en de anderen in hun persoonlijk taalgebruik waarderen. De leerling heeft een onbevooroordeelde houding tegenover taalverscheidenheid en taalvariatie .
  • Door taal kunnen we onze mogelijkheden als individu verkennen en ontwikkelen. Door en in taal bouwen we onze eigen wereld op.
    We kunnen van het algemene communicatiemiddel zelfstandig en op een eigen wijze gebruik maken. We willen kinderen hun zelfvertrouwen in het eigen taalgebruik stimuleren. Dit geldt eveneens voor kinderen die van huis uit niet de schooltaal spreken of ook nog een andere thuistaal hebben. We willen eveneens kinderen respect bijbrengen voor het taalgebruik van anderen.
  • •  De leerling beleeft plezier aan de omgang met taal en in talige expressie.
  • Deze doelstelling hangt samen met de vorige. In taal kunnen we creatief denken en handelen. Zelfs de allerjongste kinderen kunnen al genieten van het taalgebruik van zichzelf en van anderen. We willen de kinderen dit plezier laten behouden en verder stimuleren.
  • •  De leerling is op zijn niveau alert op de mogelijkheid dat anderen hem willen manipuleren door hun taalgebruik en door de manier waarop ze de zaak voorstellen. De leerling weet dat hij de anderen kan manipuleren en is bereid zijn taalgebruik in deze omstandigheden kritisch te benaderen.
  • Deze doelstelling sluit aan bij de derde en vierde doelstelling en heeft te maken met eindtermen in verband met weerbaarheid en verdediging, vermeld in het vakoverschrijdende leergebied ‘sociale vaardigheden'. Het gaat hier om het herkennen van al dan niet gewilde verdraaiingen van de werkelijkheid in het alledaagse taalgebruik van mensen, de media, de reclame. De vaak subjectief gekleurde informatie wordt dikwijls in een schijnbaar objectief kleedje gestoken. Belangen kunnen verborgen worden of als algemene vanzelfsprekendheden worden aangeboden. Ook mensen kunnen (soms met gegronde redenen) in hun onderlinge communicatie hun belangen verbergen. Tegenover het eigen taalgebruik is dan ook een kritische opstelling nodig. Deze doelstelling heeft vooral te maken met het zelfbepalend en sociaal handelen.
  • •  De leerling kan op zijn niveau humaan en inhumaan taalgedrag onderscheiden en is bereid zijn eigen taalgedrag vanuit deze gezichtshoek kritisch te onderzoeken.
  • Taal verraadt dikwijls hoe de mensen met elkaar omgaan. De taal van een dictator is heel anders dan de taal van een persoon die zich open opstelt. Taal biedt ons de mogelijkheden om liefde, genegenheid, troost en solidariteit uit te drukken. In taal kunnen mensen kwetsen, discrimineren en pijn doen. Taalgebruik is altijd en overal gebonden aan normen en waarden, aan goed en kwaad. Tot op zekere hoogte kunnen we de leerlingen het inzicht bijbrengen in deze functie van de taal. Taalopvoeding dient in onze visie een bijdrage te leveren tot humaan, sociaal gedrag. Deze doelstelling komt in grote mate overeen met doelstellingen vermeld bij wereldoriëntatie in de domeinen ‘mens' en ‘maatschappij' en in de vakoverschrijdende eindtermen ‘sociale vaardigheden'.
    Zo proberen wij door een actieve taalopvoeding een bijdrage te leveren tot de totale harmonische persoonlijkheidsontwikkeling van ieder kind.

 

Rekenen

  • Onze school gebruikt de methode “REKENSPRONG PLUS”. De methode besteedt veel aandacht aan zaken als meten, wegen, schatten, cijferen en handig rekenen.
    Met elkaar praten over hoe je een rekenkundig probleem oplost, is belangrijk. Bij elke wiskundige activiteit op school zullen we rekening moeten houden met de beginsituatie van de leerlingen. Bovendien zijn we er ons sterk van bewust dat ook heel wat wiskunde geleerd wordt buiten de wiskundeactiviteiten of lessen. Daarom toetsen wij de kinderen in functie van de vereiste kennis en vaardigheden voor een degelijke opstap naar het eerste leerjaar.
  • Continuïteit in het leren van kinderen zal dan berusten op een weloverwogen volgorde in de doelen die binnen een leerlijn van het leerplan voorgesteld worden. Dit wordt gegarandeerd door het doorheen de ganse lagere school volgen van “REKENSPRONG PLUS”, een rekenmethode die goedgekeurd is door het Departement en die meer dan voldoet aan de vooropgestelde eindtermen. Deze methode vormt de ruggengraat van ons wiskundeonderwijs.
  • De voortdurende bijsturing t.a.v. de beginsituatie van de leerlingen waarmee je als leraar werkt, wordt gegarandeerd door de uitbreidingsleerstof binnen deze methode en de actieve participatie van de begeleiders van ons leerlingvolgsysteem aan het individuele wiskundeonderwijs in elke klas van de basisschool.
  • Wiskunde is een leergebied dat we bij uitstek als cognitief kunnen omschrijven.
  • Cognitie verwijst in de eerste plaats naar denkprocessen en de resultaten daarvan. We zijn er ons wel van bewust dat we dat denken onmogelijk kunnen stimuleren door (zeer resultaatgericht) kinderen een reeks voor hen zeer ondoorzichtige procedures aan te leren. Wiskunde mag niet gereduceerd worden tot kennis van de passende trucjes om tot een gewenste uitkomst te komen. Toch streven wij er naar om een aantal formules van oppervlakte- en inhoudsberekening en een aantal meer ingewikkelde meetkundige constructies als uitbreidingsleerstof aan te bieden.
  • Selectie en volgordebepaling van leerdoelen, aansluitend bij de mogelijkheden van leerlingen, gebeurt door het proberen te volgen van de rekenmethode. Dit betekent dat we ze aanpassen aan de concrete situatie van onze school en leerlingengroep zonder de totaliteit van het eindtermenpakket uit het oog te verliezen. Ook t.a.v. de keuze van uitbreidingsdoelen verwachten we dat je als leraar slechts aan die uitbreidingsdoelen werkt, die minstens bevattelijk zijn voor dat deel van je groep aan wie je ze aanbiedt.
  • Hoewel wiskunde dus in de eerste plaats een cognitief leergebied is, zou het toch een veronachtzaming zijn van de noden van de kinderen als enkel doelstellingen van cognitieve aard worden geformuleerd. Die kinderen zitten immers met hun totale persoonlijkheid en niet enkel met hun hoofd in onze klas. Heel wat wiskundeactiviteiten bevatten trouwens ook affectieve, sociale, muzische en fysisch-motorische aspecten.
  • Sommige daarvan zijn in andere leergebieden als expliciete doelstelling geformuleerd. Waar mogelijk zullen we naar deze vakoverschrijdende doelen verwijzen. Wij proberen ook aandacht te besteden aan de ontwikkeling van zelfvertrouwen en een positieve houding t.a.v. wiskunde. Zelfs het plezier vinden in wiskundeactiviteiten wordt beschouwd als een belangrijk affectief doel. Leren samenwerken, overleggen en argumenteren over wiskundeproblemen beantwoordt niet alleen aan een nood van de kinderen maar ook aan een maatschappelijke behoefte.

 

Wereldoriëntatie

  • Alle vakgebieden zoals beschreven in de leerplannen, komen uitgebreid aan bod: natuur, tijd, ruimte, techniek, verkeer en mobiliteit, milieu, …
  • Bij wereldoriënterend onderwijs staat het vragende kind centraal. Het stellen van een vraag, het bevragen van de omgeving, van de school,... wijst duidelijk op belangstelling, op interesse. Het houdt voor kinderen meestal het willen zoeken naar en het vinden van een antwoord in. De school speelt hierin een actieve rol: door het inrichten van een rijk leermilieu worden vragen uitgelokt. Tijd en ruimte creëren voor een vraag- en antwoordspel met de wereld is essentieel. Wanneer de leerkrachten het vragende kind als centrum van hun onderwijs beschouwen, zal veel aandacht gaan naar het stimuleren en begeleiden van de exploratie. En dit is het fundament voor het ontwikkelen van een open kijk op de wereld en leidt tot bewondering en verwondering.
  • Deze benadering vraagt een groot, sturend vermogen van de leerkracht. Het is immers de bedoeling het W.O.-aanbod zoveel mogelijk thematisch aan te bieden terwijl de kinderen de indruk hebben dat de leerstofopbouw vertrekt vanuit hun interesse en bevraging en dit is niet altijd evident.
  • Daarom streven wij er naar om onderstaande doelstellingen na te streven:
    •  Het ontwikkelen van basiscompetenties bij jonge kinderen die hen in staat stellen om zichzelf en hun omgeving steeds verder en steeds diepgaander te exploreren en er zin en betekenis aan te geven.
    •  Het ontwikkelen van interesse voor het leven van mensen, nu en in het verleden, hier en elders in de wereld.
    •  Het ontwikkelen van een basishouding van openheid en respect ten aanzien van de wereld van mensen, dieren en dingen.
    •  Het ontwikkelen van de bereidheid om, op basis van nieuwe invalshoeken, aangereikt door anderen, de eigen waarden en normen kritisch te bekijken om vanuit
    en persoonlijke keuze actief invloed uit te oefenen op de wereld rondom.
    •  Het ontwikkelen van het bewustzijn van de invloed die de samenleving op het leven van de kinderen uitoefent.
    •  Het ontwikkelen van het bewustzijn dat de kinderen zelf, als individu en in groep, invloed kunnen uitoefenen op de omgeving waarin zij met anderen samenleven.
    •  Het ontwikkelen van basisvaardigheden om zelfstandig met informatie om te gaan.
    Wij proberen geleidelijk aan van ons fragmentarisch aanbod over te schakelen op thematisch aanbod en gebruiken daarvoor onze eigen ontwikkelde methode.

 

Bewegingsonderwijs

  • Alle kleuters hebben 2x per week bewegingsopvoeding in onze eigen sportzaal. De 3de kleuterklas gaat wekelijks zwemmen.
    De kinderen van de lagere school hebben 1x gymnastiek in de sportzaal en 1x schoolzwemmen in “Het Begijntjesbad”. Ook zwemmen is voor de kinderen van onze school gratis.
    De bewegingsontwikkeling doorheen onze lagere school is multifunctioneel:
    -door het aanbieden van maximaal gevarieerde uitdagingen en de in complexiteit toenemende situaties willen we de natuurlijke bewegingsdrang van elk kind stimuleren en actief helpen ontwikkelen.
    -het voorbereiden van elk kind op de actieve deelname aan het maatschappelijk cultureel leven.
  • Concreet beogen de lessen bewegingsopvoeding op onze lagere school:
    -fysieke doelstellingen : kwantitatieve, mechanische, morfologische, basis-motorische eigenschappen die bijdragen tot de ideale bouw en functie van het lichaam op een optimale houding en conditie te bereiken.
    -psycho-motorische doelstellingen : kwalitatieve vaardigheden, technieken die via optimale lichaamsbeheersing leiden tot gedragsbeheersing.
    -dynamisch-affectieve doelstellingen : gemoedsinstellingen ten opzichte van zichzelf die leiden tot een optimale relatie en houding ten opzichte van de andere(n).
    -cognitieve doelstellingen : bewuste kennis van factoren die betrekking hebben tot de beweging op basis van het bewust kennen van zijn eigen lichaam om te komen tot de kennis van zijn eigen lichaam in beweging.
    -creatieve en expressieve doelstellingen : door bewegingsvormen en bewegingscombinaties zichzelf kunnen uitdrukken.
  • Met de bewegingsopvoeding beogen wij dus niet enkel de ontwikkeling van de fysieke en psycho-motorische ontwikkeling van elk kind maar tevens de algemene fitheid, de gezondheid, het zelfconcept en het optimaal sociaal functioneren van elke volwassene in spe.

 

Frans

  • Het schoolbestuur vergoed de klastitularissen van de 2 de en de 3 de graad om wekelijks 4 x 25 minuten extra Frans onderwijs aan te bieden aan de kinderen van de 2 de en de 3 de graad. Alle leerlingen van de 2 de en de 3 de graad maken zonder uitzondering gebruik van dit aanbod.
  • In het 3 de en het 4 de leerjaar wordt gebruik gemaakt de leermethode Oh là là ! van Van In om de kinderen voor te bereiden op het officiële onderwijs Frans vanaf het 5 de leerjaar. De voornaamste bedoeling hiervan is de taaldrempel bij de kinderen weg te nemen en basiswoordenschat aan te bieden, hen ‘zin te geven in taal'.
  • Vermits het aanleren van een taal best geïntegreerd gebeurt, gebruiken wij dit meeraanbod van Franse lessen in de 3 de graad om de leerstof die aangeboden wordt verder uit te diepen en meer te spreiden in de tijd. Wij gebruiken hiervoor de methode ‘Bonjour les enfants' van Die Keure Dit moet er toe leiden dat onze kinderen voldoen aan het niveau van Frans dat van hen verwacht wordt in het secundair onderwijs. Ouders die het schoolreglement ondertekenen, verklaren zich akkoord met deze aanpak.
  • Onze doelstelling is dat kinderen vaardigheden moeten ontwikkelen waarmee ze Frans op een beperkt niveau kunnen gebruiken als communicatiemiddel.
  • Hiervoor moeten zij de nodige zinsstructuren en basiswoordenschat reproducerend beheersen om eenvoudige informatie te kunnen verwerven via geschreven en gesproken taal en om eenvoudige informatie te kunnen geven en vragen in mondeling contact met Franssprekenden.
  • Kinderen moeten ook bereid zijn tot communicatie en voldoende zelfvertrouwen opbouwen om te durven communiceren met behulp van beperkte taalmiddelen.

 

I.C.T.-onderwijs

  • Al vele jaren staan er computers in onze school. De afgelopen jaren en de komende jaren wordt er structureel veel geld beschikbaar gesteld door het ministerie om het computeronderwijs te verbeteren en te vernieuwen. Alle kinderen van de school, ook de kleuters, maken regelmatig gebruik van onze nieuwe computerklas.
    Niet alleen de computers worden regelmatig vernieuwd, ook de software wordt aangevuld en uitgebreid en waar nodig aangepast. Op dit ogenblik hebben we heel wat software als ondersteuning voor alle aangeboden vakken. Het internet als 'onderwijsmedium' is in alle klassen van de lagere school geïmplementeerd. Natuurlijk gebeurt dit wel onder strikte voorwaarden, zodat niet allerlei ongewenste sites kunnen worden bezocht.
    Gert Bleus is onze deskundige op het gebied van I.C.T. en ondersteunt de vernieuwing.
  • Het 4 de , 5 de en 6 de leerjaar van de lagere school beschikken over een elektronisch schoolbord
    dat klasgeïntegreerd gebruikt wordt .

 

Muzische vorming

  • Alle onderdelen van dit vakgebied nemen op onze school een belangrijke plaats in. Alle vakgebieden die in de leerplannen beschreven staan, komen regelmatig aan bod.

 

Rooms-Katholieke vorming

  • Als methode voor het vakgebied godsdienst maken we op onze school gebruik van de methodes “Tuin van heden”.
    De methode geeft voor iedere dag een gedicht, spel, lied, verhaal of bijbeltekst als dagopening. We besteden 2 maal per week 50 minuten aan godsdienstige vorming.
  • Gedurende enkele lesmomenten vormen al de behandelde onderwerpen samen een thema. In de handleiding vindt de leerkracht voldoende aanwijzingen om door te gaan op de actualiteit. Deze uitwerking is verschillend voor onderbouw, middenbouw en bovenbouw.
    In een doorgaande lijn komen op die manier elk schooljaar een aantal thema's aan bod.
    Deze thema's sluiten aan bij de belevings- en ervaringswereld van de kinderen. (bijvoorbeeld: “ Wie ben ik”), bij actuele ontwikkelingen en vraagstukken in de samenleving (bijvoorbeeld: “Geweld”) en zijn steeds gebaseerd op een samenhangend aanbod met bijbelverhalen (bijvoorbeeld: “Abraham, Mozes, Jezus”).

 
Zedenleeer

  • In de cursus niet-confessionele zedenleer leren kinderen
    •  over zichzelf en over wat andere kinderen denken en doen
    •  waarom ze iets wel of juist niet doen
    •  hoe ze op een fijne en verdraagzame manier met elkaar omgaan
  • Hoe bereiken we dit ?
    •  door vrij onderzoek
    •  op een a-dogmatische manier
    •  door het geluk van de mens centraal te stellen
  • Welke didactische werkvormen bieden we aan?
    •  door middel van concrete situaties of verhalen die aansluiten bij de leefwereld van het kind, komen de kinderen meer te weten over zichzelf, over andere leefgewoonten en culturen, over wereldproblemen …
    •  via gespreksvormen leren kinderen dat niet iedereen over alles dezelfde mening heeft
    •  met behulp van allerlei spelvormen (rollenspel, mimespel, poppenspel, stellingenspel, …) drukken kinderen zich zowel verbaal als non-verbaal uit

 

1.4.1     Schoolstructuur

  • Een algemene omschrijving van de indeling in klasgroepen is te vinden op de personeelslijst.
  • De kleuters worden ingedeeld in groe­pen op basis van het leerlingjaarklassensysteem. Er wordt natuurlijk ook rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau van de kleuter. Bij een sterke aan­groei van het aantal kleuters in de loop van het schooljaar kunnen de kleuters in een andere groep worden ingedeeld. Nieuwe groep­sindelingen in de loop van het schooljaar gaan steeds in na een va­kantieperi­ode.
    De lagere schoolkinderen worden inge­deeld in leerlingengroepen op basis van het leerlingjaarklassensysteem. Er wordt natuurlijk ook rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau van de leerling. Het kind behoort tot een leerlingengroep als het meer dan de helft van de activiteiten volgt in die groep. Voor bepaalde activiteiten kunnen de kinderen in één of meer andere leerlingengroe­pen worden ingedeeld.

 

 

1.5. Taalscreening - taaltraject - taalbad

 

1.5.1. Taalscreening

 

De school onderzoekt het niveau van het Nederlands bij elke leerling die voor het eerst naar het lager onderwijs gaat. Dit gebeurt via een verplichte taalscreening.

De screening gebeurt nooit voor de inschrijving van de leerling en is geen toelatingsvoorwaarde.

 

1.5.2. Taaltraject

 

Op basis van de resultaten van de taalscreening voorziet de school een taaltraject voor de leerlingen die het nodig hebben. Dit taaltraject sluit aan bij de noden van de leerling wat het Nederlands betreft.

 

1.5.3. Taalbad

 

Als de leerling het Nederlands onvoldoende kent om de lessen te kunnen volgen, kan de school een taalbad organiseren. Het doel van het volgen van een taalbad is dat de leerling voltijds en intensief de Nederlandse taal leert om zo snel mogelijk te kunnen deelnemen aan de reguliere onderwijsactiviteiten.

Een taalbad volledig buiten het klasgebeuren organiseren vinden we vanuit pedagogisch perspectief niet verantwoord. 
Dit betekent dat je leerlingen gaat isoleren en dat je alleen op taal gaat inzetten. Zo wordt taal uit de context van het leren gehaald.

Bovendien veroorzaakt dit systematisch schoolse vertraging. Door in de klas aanwezig te zijn vindt erg veel informeel leren plaats en verhoogt het socio-emotioneel welbevinden en integratie .

Het spreekt voor zich dat taalverwerving waaraan in de klaspraktijk wordt vormgegeven en waarbij extra ondersteuning wordt ingezet, wel zinvol is.

We opteren voor een semi-geïntegreerde werking , waarbij de leerling voornamelijk deelneemt aan het reguliere klasgebeuren en gedurende enkele uren per week in een aparte groep intensief ondergedompeld wordt in de Nederlandse taal.

 

Hoofdstuk 2             Organisatorische afspraken

 

  1. Afhalen en brengen van de kinderen

               

2.1.1. Ouders

 

Ouders die hun kinderen zelf naar school brengen, begeleiden de kinderen tot aan de schoolpoort of de dropzone op de speelplaats. Ouders kunnen enkel in bijzondere gevallen en met de toestemming van de directeur, hun kind begeleiden tot in het klaslokaal .Zij die hun kinderen op school afhalen, komen tot aan de schoolpoort. Op het afgesproken moment kunnen de ouders zich op de speelplaatsen begeven om hun kinderen af te halen. De kinderen die worden afgehaald, kunnen nooit zonder begeleiding van de ouders of de gemandateerden de speelplaats verlaten. Ouders die hun kinderen door andere personen aan school laten afhalen, delen op voorhand aan de directeur en de klastitularis mee wie het kind mag afhalen.

 

2.1.2. Begeleiding voor het verlaten van de school

 

Ouders respecteren bij het afhalen van hun kinderen het gebruik van de Nederlandse taal, de regels van de welvoeglijkheid, de verkeersregels en houden de schoolingang steeds vrij.
Directie, secretaresse of klastitularis melden aan de verantwoordelijke collega wanneer en eventueel door wie een ll uitzonderlijk tijdens hun bewaking wordt afgehaald.
Kinderen vanaf het 4 de leerjaar kunnen een speciaal schoolpasje krijgen waarmee zij, mits de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de ouders, alleen de school kunnen verlaten. Bij het begin van het schooljaar worden de betreffende formulieren aan de ouders aangeboden.
De schoolingang moet steeds worden vrijgehouden.

  1. Lesurenregeling

 

Voor de kleuters en de leerlingen van het 1ste en 2de leerjaar:
•  van 08uur45 tot 11uur55 en
•  van 13uur05 tot 15uur25 (behalve op woensdag)

Voor de leerlingen van het 3 de tot en met het 6 de leerjaar:
- van 08uur45 tot 12uur20 en
- van 13uur20 tot 15uur40 (behalve op woensdag)

Op woensdag voor de ganse school
- van 08uur45 tot 12uur20

Er is toezicht vanaf 07uur30 tot 18 uur.

 

2.3.         Toezicht en kinderopvang

 

2.3.1      Toezicht

De leerkracht die toezicht heeft, is verantwoordelijk. Ouders op de speelplaats zijn nooit verantwoordelijk en mogen zich dus niet mengen in speelplaatsaangelegenheden. Ouders of begeleiders die zich niet aan deze regel houden, kunnen door de toezichthouder gevraagd worden de speelplaats te verlaten.

Algemeen

Zieke kinderen blijven niet onbewaakt in de klas.
Bij het einde van de speeltijd gaan de kinderen rustig in hun respectievelijke rij staan.
De bal op straat of op het afdak mag enkel mits toestemming van de leerkracht gehaald worden, afhankelijk van de situatie. Kinderen mogen onbegeleid de speelplaats niet verlaten zonder de toestemming van de leerkracht.
De bewakende leerkrachten zijn verantwoordelijk voor de netheid van de speelplaats en de bijhorende toiletten.

Kleuterspeelplaats

Algemene lijst is ook hier van toepassing .
Er wordt niet gespeeld: –op de trappen van de refter –in de doorgang naar boven –achter de prefab –in de toiletten –in de klassen – in de afgebakende zones.
Er wordt enkel met toestemming gespeeld: –in het opvanglokaal en op de speeltuigen.
Leerlingen respecteren de afgebakende zones.

Ochtendstudie

Algemene regels blijven geldig.
Kinderen blijven tot na 8.15 uur binnen (zeker in de winter - uitzondering mogelijk bij heel goed weer).

Avondstudie
Algemene regels blijven gelden .
Enkel in de zandbak bij droog en warm weer.
Binnenopvang mogelijk. Hier wordt rustig gewerkt of gespeeld. Amokmakers worden berispt en mogen die dag niet meer binnen.
Bij hevig regenweer blijft iedereen in de voorbestemde lokalen of onder het afdak.
Niemand van de kinderen verlaat de speelplaats zonder begeleiding / toestemming van de bevoegde leerkracht / ondertekende toestemming van de ouders.

Derde speelplaats.
De kinderen gaan allemaal samen in groep naar de derde speelplaats en keren ook in groep terug.
Men mag enkel naar het toilet mits de toestemming van de bevoegde lkr.
Lln. kunnen enkel spelen waar ze door de lkr gezien kunnen worden.
Niet door de draad kruipen .
Nooit voorbij de poort op de inrit van het GITO spelen.
Niet verder dan de brug weggaan.
Niet op het dak zonder uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde lkr.
Geen takken afbreken .
 

Refter kleuters

Alle eten zit in een brooddoos, alle drankjes in het afgesproken recipiënt. We gebruiken geen aluminiumfolie. Brooddozen en drankrecipiënten worden gemerkt met de naam van het kind. elke kleuter heeft zijn eigen plekje in de refter, dit is aangeduid met hun logo op de tafels. Het grondplan hangt op in de refter. De warme maaltijden en de soepjes zitten gegroepeerd.
Zowel om 10 uur als 's middags zitten alle kinderen op hun plekje
Kleuters gaan in hun klasrij naar de refter. De juffen kijken er op toe dat hun eigen kinderen op de juiste plaatsen zitten. Nadien schenken de juffen voor hun eigen kinderen melk en water uit.
Als het belsignaal gaat, worden alle kleuters stil. We zingen ons refterlied en beginnen rustig te eten. Kinderen die iets wensen, steken hun hand op. We blijven zitten en hun bordjes of kommetjes worden gebracht.
Niemand verlaat zonder toestemming zijn/haar plaats, de rij of de refter.
We eten netjes zoals het hoort.
Wie teveel lawaai maakt of de rustige eetsfeer verstoort, wordt berispt en gaat alleen op een afgezonderde plaats verder eten.
Etensresten en verpakkingen worden opgeruimd. Kopjes en glazen worden naar het tafeleinde doorgeschoven.
Op het teken staan we recht en trekken we onze jas aan. We vertrekken tafel per tafel en gaan in de rij naar de speelplaats. Onderweg gooien we geen afval op de grond.
De meeste desserts worden in de refter opgegeten (zeker yoghurt). Enkel fruit en koekjes mogen naar de speelplaats worden meegenomen.
Brooddozen worden op de passende plaats verzameld. Eens de brooddozen verzameld zijn, gaan de deuren van de gang dicht en blijven de lln. buiten tot het belt. Geen enkele ll. bevindt zich langer in het gebouw dan echt nodig.

 

2.3.2      Kinderopvang

 

Het betreft hier kinderopvang buiten de normale aanwezigheid van de leerlingen (een kwartier voor en na de lessen).
Ouders dienen zich strikt te houden aan de openingsuren van de school.
Zodra de ouders zich met hun kind(eren) op school bevinden, volgen zij de pedagogische richtlijnen van de leerkrachten, kinderverzorgster of de bevoegde kinderopvang(st)ers.
De organisatie van de kinderopvang tussen 7 u. 30 en 8 u. 30 en tussen 16 u. en 18 u. op volledige schooldagen valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur en gaat door op de school. De opvang tussen 13 u. en 18 u. op woensdag valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur en gaat door in Kamp Kwadraat. Kinderen die op woensdag nablijven, nemen hun lunch op de school en worden dan met de gemeentebusjes (rond 13.20u) naar Kamp Kwadraat gevoerd waar ze voor 18 uur worden afgehaald.
De gemeente zorgt voor het nodige personeel en materiaal en int ook de verschuldigde bijdragen van de ouders via de schoolrekening. Hiervoor wordt een fiscaal attest uitgereikt dat gebruikt kan worden bij de belastingsaangifte.
Het is de bedoeling om de buitenschoolse bewakingsopdrachten van de leerkrachten te verminderen en door continuïteit van personeelsomkadering en de nodige materiële ondersteuning de kwaliteit van de opvang te verhogen.

Bijdrage van de ouders  
- ’s Ochtends: aanrekenen van 1EURO tossen 7.30 uur en 8.15 uur.

- 's Avonds: aanrekenen van 0,75 EURO per begonnen ½ uur tussen 16u.30 en 18 u.
Boete : 5 EURO boete wordt opgelegd per begonnen kwartier na 18 u. als kinderen dus te laat op school worden afgehaald. Deze boete wordt ook genoteerd op het aangifteblad voor de belastingen.

. Organisatie
De opvang wordt door externen verzorgd en gaat door in het ‘opvanglokaal/refter' op de kleuterspeelplaats. Na het einde van elke maand krijgen alle betrokken ouders een afrekening voor de opvang van hun kind(eren) van de voorbije maand toegestuurd. Bewakingsafspraken van de schoolse opvang gelden hier ook. Betalingen gebeuren via bankoverschrijving. De eindorganisatie is in handen van het gemeentebestuur van Overijse.

- Woensdagnamiddagen, schoolvrije dagen, vakantiedagen à Kamp Kwadraat

Prijs per kind
1/3de dag (minder dan 3 u. ) € 4
1/2de dag (tussen 3 u. en 6 u. ) € 6
Volledige dag (vanaf 6 u. ) € 12

Extra bijdrage:
.Voor het busvervoer van de school naar de opvanglocatie.
.Voor bepaalde uitstappen wordt er een extra vergoeding gevraagd om de vervoerskosten en het toegangsgeld te vergoeden.

Verminderd tarief:
Indien 2 of meer kinderen van een gezin op hetzelfde tijdstip gebruik maken van het IBO wordt er een korting van 25% toegekend op de totale financiële bijdrage. Deze is cumulatief met het sociaal tarief.

Sociaal tarief:
Als de financiële situatie van een gezin daartoe aanleiding geeft, wordt er een sociaal tarief gehanteerd. Dit tarief bedraagt maximum 50% van de vastgelegde bijdrage. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het initiatief een gratis opvang toestaan. De ouders dienen een geargumenteerde schriftelijke aanvraag in bij de verantwoordelijke van het IBO. Op basis van dit verzoek voert de sociale dienst van het OCMW een onderzoek naar de bestaansmiddelen en de sociale leefsituatie. Er wordt een dossier samengesteld dat alle relevante aspecten voor een gemotiveerde beslissing bevat over het al dan niet toekennen van een sociaal tarief of gratis opvang. Het gemotiveerd advies van het OCMW wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen om een positief of negatief gevolg te geven aan het toekennen van het sociaal tarief. De aanvrager krijgt een schriftelijke bevestiging van de verantwoordelijke over de genomen beslissing door het CBS.
Het sociaal tarief is telkens geldig tot 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar.

Sanctionerende vergoedingen:
.Bij laattijdige afzegging wordt er een administratieve kost aangerekend van € 10 per afwezigheid/per dag /per kind.
.Bij laattijdig afhalen, wordt er een vergoeding van € 5/per begonnen kwartier/per kind aangerekend.
.Bij het niet terugbezorgen van reservekledij wordt er een vergoeding van € 5 aangerekend.

Facturatie en betalingsregeling:
Tijdens de breng- en haalmomenten bent u verplicht uw kind aan- en af te melden. U ondertekent hiervoor steeds de aanwezigheidslijst om uw kind in- of uit te schrijven. Juiste gegevens bezorgen u de juiste factuur. U ontvangt maandelijks een gedetailleerde rekening die u dient te betalen via overschrijving op het rekeningnummer én voor de vervaldatum vermeld op de factuur.

Bij laattijdige betaling krijgt u een schriftelijke herhaling.

Fiscaal attest:
Het IBO bezorgt jaarlijks een fiscaal attest indien alle facturen betaald zijn. Op het attest worden geen bijkomende kosten (vieruurtje, vervoer, daguitstappen) vermeld. Dit attest kan u toevoegen aan uw belastingaangifte als bewijs van kosten voor de kinderopvang.

 

2.4.         Leerlingenvervoer

Om gebruik te kunnen maken van het schoolbusvervoer moet je hierop schriftelijk inschrijven. Dit kan a.h.v. een geijkt invulformulier dat u op het einde van het schooljaar, in functie van het volgend schooljaar, toegestuurd krijgt. Ook occasionele busgebruikers dienen zich in te schrijven.
Ouders dragen de volledige verantwoordelijkheid tot hun kind 's morgens is opgestapt en zodra het kind naschools is uitgestapt. Kinderen, waarvan de ouders of de gemandateerde begeleiders hen niet opwachten aan de afstapplaats, worden terug meegenomen naar school en worden naar de kinderopvang gebracht tenzij de ouders bij ondertekende verklaring meedelen dat hun kind alleen van de bushalte naar huis mag gaan (liefst enkel van het 5 de en het 6 de leerjaar).
Lln. blijven zitten tot de bus stilstaat.
Kleuters zitten, indien mogelijk, vooraan op de bus.
Wie zich niet gedraagt, wordt berispt en moet een weekje vooraan, alleen op de bus zitten.
Tijdens de ritten wordt er niet van plaats verwisseld en wordt er niet geroepen .
Verloren voorwerpen (indien van onbekende eigenaar) worden op het kantoor van de directeur binnengebracht.
Route, opstapplaatsen en uurregeling zijn verkrijgbaar op school.

-prijs voor een dagticket: 2euro (zowel ochtend- anond- als middagrit)

-prijs voor een abonnement per trimester
            60 euro voor een 1ste kind
            48 euro voor een 2de kind
            gratis voor het 3de kind en volgende kinderen

-prijs voor het hele schoolhjaar
            166 euro voor het eerste kind
            133 euro voor het 2de kind
            gratis voor het 3de kind en volgende kinderen

2.5.         Schoolverzekering

 

Ouders kunnen de verzekeringspolis op aanvraag inkijken in het kantoor van de directeur.
EHBO-materiaal is voorzien in de opvangklas, de sassen en in het directiekantoor.
Een lijst met noodnummers ligt ter inzage bij de telefoons.

De directie, de secretaresse of de zorgcoördinator verwittigt de ouders bij een ernstig ongelukje of bij plotse ziekte van een kind. Bij afwezigheid van directie, secretaresse en de zorgcoördinator neemt de begeleidende leerkracht de beslissing om al dan niet de ouders te verwittigen. Telefoonnummers vindt men steeds terug op de inschrijvingsformulieren in het kantoor of op de klaslijsten. Er wordt steeds aan de ouders voorgesteld om zelf met hun kinderen naar de arts te gaan, indien nodig. Als dit snel moet gebeuren of indien men de ouders of verantwoordelijken niet kan bereiken, gaat de school zelf met het kind naar de dokter. Bij aanvang van het nieuwe schooljaar krijgen de ouders van de kinderen van het 5 de en het 6 de leerjaar een formulier waarop ze kunnen aanduiden of hun kind het traject naar en van de school onbegeleid mag afleggen en of ze onbegeleid de schoolbus mogen nemen. Ouders ondertekenen deze beslissing en nemen hiervoor dan de volledige verantwoordelijkheid op zich.

 

2.6.   Schooltoelage
 

De toekenning van de schooltoelage gebeurt op basis van een gezinsdossier. Het inkomen van het gezin bepaalt wie in aanmerking komt. Verder moet het kind in voldoende mate op school aanwezig geweest zijn:

 

Kleuteronderwijs

een vast bedrag

€ 90,22

 

Lager onderwijs

minimumtoelage

€ 101,49

volledige toelage

€ 152,24

uitzonderlijke toelage

€ 202,97

 

 

Meer informatie :

 

  • De school zal u op vraag ondersteunen bij het aanvragen van de schooltoelage:

2.7.     Uiterlijk voorkomen

 

Kledij, schoeisel en haartooi van de leerlingen zijn verzorgd, eenvoudig en hygiënisch.
Kinderen dragen geen hoofddeksel in de klas.

 

2.8.     Afspraken zwemmen

Elke leerling uit de derde kleuterklas en het lager onderwijs heeft recht op gratis zwemmen. Het schoolbestuur heeft dit beslist.
De regelgeving rond zwemkledij is dezelfde als deze geldend in het Begijntjesbad

2.9.    Verloren voorwerpen

 

De school is niet aansprakelijk voor diefstal of het verlies van persoonlijk materiaal van de kinderen (kledij, fiets, juwelen, gsm, …).

Gedurende het schooljaar vinden wij heel wat kleren en persoonlijke spullen die we niet kunnen thuisbrengen omdat er geen naam op staat.
Wilt u hier a.u.b. extra aandacht aan besteden en bvb. jassen, mutsen, sjaals, handschoenen, zwem-en turnzakken, turnpantoffels, brooddozen, koekjesdoosjes en drinkbussen, … voorzien van de naam van uw kind ? In de handel zijn instrijkbare labels te koop of gebruik een waterbestendige stift.
Vinden we toch voorwerpen zonder naam, dan worden deze eerst per graad verzameld in een box in de eigen gang. Deze boxen worden regelmatig opgehaald en de kleren en spullen worden dan opgeborgen in de blauwe kast in de inkom van de refter. Vanaf ‘s morgens 7u30 tot ‘s avonds 18u kan u daar zelf een kijkje gaan nemen. Wat op 30 juni nog in de kast ligt, wordt geschonken aan een liefdadigheidsinstelling.
Indien een kind iets verloren heeft, kunnen de ouders of het kind dus best zelf gaan kijken bij de verloren voorwerpen in de inkomhal van de refter.

 

2.10.    Verkeer en veiligheid

 

De ouders bespreken met hun kinderen de veiligste schoolroute van thuis naar school en van school naar thuis. De ouders zorgen ervoor dat kinderen, die met de fiets naar school komen, over een fiets beschikken die verkeerstechnisch in orde en veilig uitgerust is.
De school streeft er naar om d.m.v. verschillende acties kinderen verkeersbewust te maken (fietsbrevetten, schoolvervoersplannen, fietsvaardigheidslessen, …) en stimuleert ook het dragen van fluovestjes en fietshelmen. Het is belangrijk dat ouders het goede voorbeeld geven en hun kinderen ondersteunen om de verkeersregels na te leven.

 

2.11.      Verjaardagen

We vragen met aandrang dat er op de verjaardagen niet meer individueel getrakteerd zou worden. We ondervonden in het verleden dat deze traktaten onderhevig waren aan een echte concurrentiestrijd om het beste geschenk. Dit had tot gevolg dat kinderen steeds meer en meer verlangden en zodoende het “gewone” traktaat niet meer apprecieerden, met soms een kwetsende opmerking er bovenop. Wat een feest moest worden, werd een totale ontgoocheling voor het kind. Pakjes of snoep worden NIET toegelaten. De kinderen worden in de klas op een ludieke wijze door leerkracht en medeleerlingen in de bloemetjes gezet. Per klas worden er in september verjaardagstips meegegeven. Wie toch wat wil doen, maakt dus hierover afspraken met de klastitularis.
Uitnodigingen voor een verjaardagsfeestje worden niet uitgedeeld op school.
Wie een namenlijst wenst van de klas kan dit vragen aan het secretariaat

 

2.12       Eten – drinken – snoepen

Kinderen die geen warme maaltijd nuttigen brengen hun eigen lunchpakket in een brooddoos mee. De brooddoos is voorzien van een naam. In de school kan bij het middageten gratis melk en water verkregen worden. Er zijn geen blikjes, drankzakjes en brikjes toegelaten. De kinderen mogen nog wel drinkbekers, drinkbussen en plastiekflesjes met een schroefdop meebrengen. Deze moeten allemaal voorzien zijn van een naam en ze moeten dagelijks mee naar huis genomen worden. Wij voeren een milieupolitiek waarmee wij op termijn (uitdoofperiode van 1 schooljaar) alle PMD- afval uit de school weren. Er zullen geen blauwe vuilzakken meer opgesteld worden. Alle PMD-afval wordt door de kinderen terug mee naar huis genomen.
Op elke speelplaats staat een drinkfontein. Zo kunnen de kinderen tijdens de speeltijd water drinken. Het herwaarderen van deze drinkfonteintjes kadert in ons milieuproject.
Wij willen als school meewerken om de afvalberg zo klein mogelijk te houden.
Aanbevolen, gezonde hongerstillers tijdens de speeltijd zijn: een droog koekje, een wafel of een stuk fruit. Koekjes worden liefst meegebracht in een koekjesdoos. Vermijd onnodige verpakkingen.

Ouders en leerkrachten wensen dat de school snoepvrij blijft. Dus geen kauwgum, geen snoepjes, geen lolly's, geen koeken met aan de buitenkant chocolade, geen bruisende frisdrank met toegevoegde suikers, geen chips, … gezondheidsopvoeding primeert.

 

2.13       Milieu op school

Zorg voor het milieu

Onze school is aangesloten bij MOS (Milieuzorg op School) en streeft ernaar om haar werking milieuvriendelij­ker te laten verlopen. Het MOS-team wil leerlingen, leerkrachten, schoolpersoneel en ouders bewuster maken van het milieuprobleem en samen concrete stappen ondernemen om op klas- en schoolniveau ons steentje bij te dragen. Zij wordt hierin gesteund door de gemeente. In het schooljaar 2008-2009 introduceerden we de milieumascotte Bizzi, de bever, en konden we het volgende realiseren : sorteren van papier, melk in glas i.p.v. plastic, gerecycleerd fotokopieerpapier, een nettere speel­plaats en schooltuin, … In het schooljaar 2009-2010 hebben we aandacht besteed aan de verpakking van de lunch. Wij vragen u om de boterhammen van uw kind in een herbruikbare brooddoos mee te geven, zonder zilverpapier of plastic. Ook drankjes geeft u mee in een goed sluitende drinkbus of een plastic flesje met schroefdop. Vorig schooljaar kre­gen alle kinderen een gratis drinkbus van de gemeente en alle instappers en nieuwkomers van dit schooljaar krijgen er ook nog één. Appelsap en sinaasappelsap kan u op school kopen : zij zijn biologisch en in glazen re­tourflesjes. Elke inspanning, hoe klein ook, helpt ! In 2010-2011 hebben we ons eerste MOS-logo behaald met het thema ‘Water'. Vorig schooljaar hebben we het derde logo behaald met ‘Energie' met vooral aandacht voor ’Zinvol omgaan met energie’. De ideeën hiervoor komen zowel van het leerkrachten-MOS-team en de natuurouders als van de mi­lieuwerkgroep van de leerlingen van het 4 e ,5e en 6 e leerjaar, de ‘Badeendjes'. 

Wil u zelf op school actief zijn voor het milieu ? Dan kan u zich opgeven bij de directeur als ‘natuur(groot)ou­der'. Wij zoeken mensen die o.a. klasgroepen willen begeleiden op natuurwandeling, bij de milieuwerkgroep willen aansluiten, instaan voor het groen op school, zelf initiatieven nemen om kinderen meer in contact te brengen met de natuur, enz. Zorg voor het milieu

 

Hoofdstuk 3            Schoolverandering

 

3.1. De verantwoordelijkheid voor het veranderen van school in de loop van een schooljaar ligt bij de ouders.

 

3.2. De nieuwe inschrijving geldt vanaf de dag waarop de directie van de nieuwe school de schoolverandering schriftelijk heeft meegedeeld aan de directie van de oorspronkelijke school.

 

3.3. Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen onder de volgende gezamenlijke voorwaarden:

 

1° de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;

2° de overdracht gebeurt enkel in het belang van de persoon op wie de onderwijsloopbaan betrekking heeft;

3° tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt, gebeurt de overdracht niet indien de ouders er zich expliciet tegen verzetten, na, op hun verzoek, de gegevens te hebben ingezien.

 

3.4. Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.

 

3.5. Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.

 

3.6. Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs kan onmiddellijk zodra de ouders over een inschrijvingsverslag beschikken.

 

 

Hoofdstuk 4              Ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden

4.1  

 

In principe zijn de beide ouders van een minderjarige gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind (co-ouders). Zij hoeven daarvoor niet gehuwd te zijn of samen te wonen. Zij nemen eensgezind de beslissingen over het onderwijs van hun kind.

 

 

             4.2   Concrete afspraken

 

De school respecteert de rechten van beide ouders bij alle beslissingen in verband met de opvoeding van de leerlingen zoals:

-              bij de inschrijving van de leerlingen;

-              bij de keuze van een levensbeschouwelijk vak of de vrijstelling daarvan;

-              bij orde- en tuchtmaatregelen;

-              bij keuzes i.v.m. de schoolloopbaan van het kind (bv. zittenblijven of niet);

-              bij de schoolverrichtingen in het algemeen (bv. bij informatie via nieuwsbrief, bij uitnodiging oudercontacten, bij bezorgen van rapporten, …).

 

De school gaat ervan uit dat zij door de ouders geïnformeerd wordt indien er rekening moet gehouden worden met een specifieke regeling.

 

 

Hoofdstuk 5      Keuze van de levensbeschouwelijke vakken

 

 

                Ouders kiezen bij de inschrijving van hun leerplichtig kind:

  1. dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;
  2. dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.

 

Als ouders op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, dan kunnen ze vragen om een vrijstelling te krijgen. De ouders zorgen zelf voor opdrachten. Een vrijstelling betekent nooit dat een leerling minder tijd op school doorbrengt dan de normale aanwezigheid van alle leerlingen.

             De klassenraad zal nagaan of de vrijgekomen lestijden zinvol aan de eigen l   

             levensbeschouwing zijn besteed. Als dit niet zo is, dan kan de klassenraad de leerling en de

             betrokken personen hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen zodat een bijsturing mogelijk     

             is.

 

De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen bezorgd aan de school, te rekenen vanaf de dag van inschrijving of vanaf de eerste schooldag van september.
De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen. Ze vragen dan een for­mulier bij de directeur en bezorgen hem dit binnen de eerste acht kalenderdagen van september.

 

 

Hoofdstuk 6                CLB

6.1. Contactgegevens

Het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB)

Het schoolbestuur heeft een beleidscontract afgesloten met het VCLB-Leuven
Karel Van Lotharingenstraat 5
3000 Leuven
016 28 24 00

Schoolbegeleiders:
LISA LECOMPTE voor de kleuterschool
ANNELIES VANDEWAL voor de lagere school
LUT VERHAEGHE voor de medische dienst: 02 795 61 50

Het CLB heeft als opdracht bij te dragen tot het welbevinden van leerlingen nu en in de toekomst. Hierdoor wordt bij de leerlingen de basis gelegd van alle leren zodat zij door hun schoolloopbaan heen de competenties kunnen verwerven en versterken die de grondslag vormen voor een actuele en voortdurende ontwikkeling en maatschappelijke participatie.

De begeleiding van de leerlingen door het CLB situeert zich op volgende domeinen:
Het leren en studeren
De onderwijsloopbaan
De preventieve gezondheidszorg
Het psychisch en sociaal functioneren

Het CLB maakt zijn werking bekend aan de leerlingen en hun ouders. Het CLB werkt vraaggestuurd vanuit de leerlingen, de ouders en de scholen, behalve voor de verplichte begeleiding.

De psychosociale begeleiding
begeleiding door het CLB gebeurt met instemming van de ouders en kan niet verder gezet worden zonder deze toestemming. De instemming van de ouders is niet vereist als de begeleiding betrekking heeft op leerplichtproblemen van een leerplichtige jongere in het kader van de wettelijke opdracht van de overheid inzake leerplichtcontrole. De CLB-contactpersoon is te bereiken via het centrale telefoonnummer van VCLB-Leuven of via de zorgcoördinator van de school.

 

6.2.               De medische begeleiding

De medische begeleiding bestaat uit algemene, gerichte consulten en profylactische maatregelen.
Het medisch consult gebeurt door Dr. TUTS
Ouders kunnen m.b.t. de algemene en gerichte consulten verzet aantekenen tegen de keuze van de CLB-arts. In dit geval melden zij dit per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de directeur van het CLB. Binnen de 90 dagen moeten zij een andere arts van hetzelfde CLB, een arts van een ander CLB of een arts die over hetzelfde bekwaamheidsbewijs beschikt als de CLB-arts, kiezen.

 

     6.2.1.  Algemene consulten

 

De leerlingen van het 2de jaar kleuteronderwijs en het 5de jaar lager onderwijs ondergaan een algemeen consult, waarop de algemene gezondheid, vaccinaties, groei en ontwikkeling en sensoriële toestand worden nagekeken en adviezen geformuleerd aan de leerling en zijn ouders. De algemene consulten gebeuren in het CLB.

 

    6.2.2.  Gerichte consulten

 

Bij leerlingen van het 1ste en het 3de jaar lager onderwijs worden gerichte consulten georganiseerd. Dit zijn onderzoeken waarin vooral groei, ontwikkeling, vaccinaties en opvolging van de gezondheid worden nagekeken. De onderzoeken worden bij voorkeur in de school uitgevoerd.

     6.2.3.   Profylactische maatregelen

 

Het CLB houdt toezicht op de vaccinaties van de leerlingen en biedt vaccinaties aan die in het vaccinatieschema zijn opgenomen. Ouders en leerlingen worden hierover geïnformeerd en geven hiervoor hun toestemming.

 

De huisarts ,de ouders of de directeur hebben de plicht om de CLB-arts te verwittigen bij besmettelijke infectieziekten.

Het CLB treft de nodige profylactische maatregelen.

De maatregelen zijn bindend voor leerlingen, ouders en personeel.

 

Ter info:  de lijst van verplicht te melden infectieziekten zoals bepaald in het Ministerieel besluit tot bepaling van de lijst van infecties die gemeld moeten worden

Artikel 1. Ter uitvoering van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 betreffende initiatieven om uitbreiding van schadelijke effecten, die veroorzaakt zijn door biotische factoren, tegen te gaan, moeten volgende infecties gemeld worden :

 1° anthrax;

 2° botulisme;

 3° brucellose;

 4° salmonella typhi of salmonella paratyphi-infectie;

 5° cholera;

 6° chikungunya;

 7° dengue;

 8° difterie;

 9° enterohemorragische e. coli-infectie;

 10° gastro-enteritis, bij epidemische verheffing in een collectiviteit;

 11° gele koorts;

 12° gonorroe;

 13° haemophilus influenzae type B invasieve infecties;

 14° hepatitis A;

 15° hepatitis B (acuut);

 16° humane infectie met aviaire (of een nieuw subtype) influenza;

 17° legionellose;

 18° malaria waarbij vermoed wordt dat de besmetting heeft plaatsgevonden op het Belgisch     grondgebied, inclusief (lucht)havens;

 19° mazelen;

 20° meningokokken invasieve infecties;

 21° pertussis;

 22° pest;

 23° pokken;.

 24° poliomyelitis;

 25° psittacose;

 26° Q-koorts;

 27° rabiës;

 28° SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome);

 29° syfilis;

 30° tuberculose;

 31° tularemie;

 32° virale hemorragische koorts;

 33° vlektyfus (rickettsia prowazekii of rickettsia typhi-infectie);

 34° voedselinfecties (vanaf twee gevallen);

 35° West Nilevirusinfectie

 

6.3.           Overdracht van het dossier

Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB.
Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens van de leerling.

             .

            

Hoofdstuk 7              Zorg op school

 

 Als school willen wij zoveel mogelijk zorgen voor een ononderbroken ontwikkeling voor ieder kind. Deze ontwikkeling verloopt niet altijd voor alle kinderen even vlekkeloos. Het kan zijn dat er zich problemen voordoen die van cognitieve aard zijn, kinderen hebben moeite om zich de leerstof eigen te maken of vinden juist alles veel te gemakkelijk. Er kan ook sprake zijn van sociaal-emotionele problematiek. Creativiteit en fysische ontwikkeling worden ook nauwlettend in het oog gehouden.
Wanneer wij vaststellen dat er hulp geboden moet worden, kunnen wij het volgende doen:
- De eerstelijnszorg van de klastitularis(sen) wordt gerichter en geïntensifieerd.
- Collegiale consultatie: met collega' s praten over het gesignaleerde probleem. Hoe moet je dit kind benaderen? Welke hulp staat nog tot onze beschikking?

Raadplegen van de zorgcoördinator: deze kan steun bieden bij het zoeken naar de juiste materialen, eventueel advies geven bij manier van aanpak en relaties leggen naar derden (deskundigen). Zij is ook verantwoordelijk voor de procedures die gevolgd worden bij de aanvraag van externe hulp. Tevens onderhoudt zij contacten met instanties buiten de school, zoals schoolbegeleidingsdienst CLB en scholen voor speciaal basisonderwijs.

Inschakelen van de ses-leerkrachten of de logopediste. Zij verzorgen de ‘Remedial Teaching': extra leerhulp van korte of middenlange duur op individueel niveau of in kleine niveaugroepen. Al naar gelang het probleem waarmee een leerling te maken heeft, bieden we hulp aan door de gepaste persoon.

Leerlingenbespreking: meermaals houden wij op school een leerlingenbespreking. Met meerdere collega' s worden problemen besproken. We adviseren elkaar, we bekijken samen of alle mogelijkheden zijn geprobeerd. De bespreking vindt plaats o.l.v. de zorgcoördinator.

MDO-gesprekken (multi-diciplinair overleg). De medewerker van het CLB die onze school begeleidt, komt regelmatig op school. Met haar kunnen leerkrachten gesignaleerde problemen bespreken. Het kan zijn dat daaruit voortvloeit dat nader onderzoek en/of observatie nodig is. Op deze gesprekken worden de ouders ook uitgenodigd.

Uiteraard worden ouders op de hoogte gesteld wanneer een leerkracht meent dat de ontwikkeling van een kind aanleiding tot extra zorg geeft. U als ouder moet bovendien toestemming geven voor een eventueel onderzoek of alternatieve aanpak. Andersom is uiteraard ook mogelijk: u als ouder signaleert dat uw kind zich in de thuissituatie duidelijk anders gedraagt dan gebruikelijk. Overleg met de leerkracht kan resulteren in scherpere observaties op school om eventuele problemen beter te kunnen plaatsen.

Onze school beschikt 54 lestijden SES. Deze extra lestijden maken het mogelijk om deze doelgroepleerlingen nog beter te begeleiden.

Verwijzing. Helaas komt het voor dat wij als school, ondanks de extra hulp die geboden is, toch niet in staat zijn een kind langer optimaal te begeleiden. Dan kan het advies gegeven worden uw kind door te verwijzen naar het buitengewoon basisonderwijs waar wij als school, via de zorgcoördinator, goede relaties mee onderhouden.

Om de leerweg van de kinderen efficiënt te kunnen volgen, moeten er uiteraard gegevens verzameld en genoteerd worden. Deze gegevens kunnen variëren van resultaten op het gebied van taalontwikkeling tot b.v. een rapport van een schoolbegeleidingsdienst. Om eventuele stagnaties in de ontwikkeling van een kind zo snel mogelijk te kunnen signaleren, noteren wij meermaals per schooljaar gegevens, resultaten en vorderingen op het gebied van alle schoolse vaardigheden (taalontwikkeling, rekenontwikkeling e.d.). Deze registratie vindt plaats vanaf de instapklas.
Ook houden wij van de kinderen de sociaal-emotionele ontwikkeling scherp in de gaten. Gebruikte observatielijsten, eventuele rapporten van externe instanties worden opgenomen in het persoonlijk leerlingendossier. Dit dossier kunnen we dan bij eventuele leerlingenbesprekingen in het team of met u als ouder, gebruiken. Gezien de privacy- gevoelige informatie in de dossiers, bevinden deze zich in een afgesloten lokaal in onze school. Op vraag kan het LVS op school ingekeken worden.
Het 6 de leerjaar neemt deel aan de OVSG-toetsen. Deze methode van onafhankelijke toetsen geeft ons een betere kijk op:
- het onderwijs op onze school (rekenen, taal, begrijpend lezen, woordenschat,
wereldoriëntatie en begrippen) in vergelijking met andere scholen (objectief).
- de door onze school gebruikte methodes.
- de door ons gebruikte didactiek.
- ons evaluatiesysteem..

Met de gegevens die wij door het gebruik van de ‘methode-onafhankelijke toetsen' verzamelen en de resultaten van ons LVS proberen wij ons onderwijs, daar waar nodig, bij te sturen. De gegevens van de afgenomen toetsen worden op school bewaard. Wilt u de gegevens betreffende uw kind inzien, dan is dat altijd mogelijk.

Hoofdstuk 8    Toedienen van medicijnen

8.1.         De school dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.

 

8.2.         De ouders kunnen de school vragen om medicatie toe te dienen.

De school kan weigeren om medicatie toe te dienen, tenzij:

                8.2.1. die is voorgeschreven door een arts én:

                8.2.2. die omwille van medische redenen tijdens de schooluren dient te worden toegediend.

   De ouders bezorgen de school:

  • de naam van het kind;
  • de datum;
  • de naam van het medicament;
  • de dosering;
  • de wijze van bewaren;
  • de wijze van toediening;
  • de frequentie;
  • de duur van de behandeling.

 

    8.2.3. In overleg met de CLB-arts kan het personeelslid van de school alsnog weigeren medicatie toe te dienen. In onderling overleg tussen de school, het CLB en de   

    ouders wordt naar een passende oplossing gezocht.

 

 

Hoofdstuk 9               Grensoverschrijdend gedrag / integriteit van de leerling

 

Leerlingen onthouden zich van iedere daad van geweld, pesten en grensoverschrijdend seksueel gedrag. Bij vermoeden van inbreuk neemt de school gepaste maatregelen om de fysieke integriteit van de leerlingen te beschermen.